Apocaloptimisme - A Biosphere Project Blog
- filipvk
- 19 minuten geleden
- 9 minuten om te lezen

Beste vrienden,
Ik ging geen blogposts schrijven tijdens mijn vakantie, maar de huidige gebeurtenissen in Europa (en elders in de wereld, maar daar horen we zoals gewoonlijk minder over) maken dat ik toch wel weer in mijn pen moet/ wil kruipen.
Maar net zoals in mijn vorige post over de recente hittegolven in Europa (‘Warm genoeg?’), wil ik beginnen met te zeggen dat er zoals altijd slecht nieuws én goed nieuws is. Dat blijft belangrijk, omdat als de omvang doordringt van de rampspoed waar we voor staan (want de huidige hittegolven en bosbranden in Europa en elders zijn nog maar het prille begin) we makkelijk kunnen vervallen in fatalisme: er is niks meer aan te doen, we zijn verloren, game over, nous sommes foutus. Ik heb over die hedendaagse bipolariteit tussen ontkenning en wanhoop ooit een Mijmering geschreven, die eigenlijk steeds actueler wordt: ‘Het komt allemaal goed’.
Dus als ik nu weer even begin met het slechte nieuws (er is er genoeg van deze zomer), denk er dan aan dat er ook goed nieuws volgt, zij het misschien niet van de aard die meestal vermeld wordt. Want ik ben er zelf nog steeds van overtuigd dat er vele wegen zijn doorheen deze samenloop van ecologische crisissen. Ik ben er ook van overtuigd dat, als we alles of zoveel mogelijk juist doen, er wel eens een veel mooiere toekomst zou kunnen wachten op ons. Maar we moeten opnieuw leren om andere mogelijke soorten toekomst te verbeelden, en ernaar te verlangen. Daar zijn we niet meer zo goed in, en daar kom ik straks op terug.
De eerste versie van deze post begon alweer heel erg lang te worden en meer op een essay te lijken; er valt dan ook weer veel te vertellen. Maar ik zal dat essay misschien een andere keer afmaken, en ga het nu bij deze kortere versie houden.
Zoals je ongetwijfeld al had ingezien is de titel van deze post, ‘apocaloptimisme’, een samentrekking van de woorden ‘apocalyps’ en ‘optimisme’. En ik wil mezelf nu dan ook maar meteen ‘outen’ als apocaloptimist.
Hoe kunnen die twee begrippen nu samengaan, zou je kunnen tegenwerpen. ‘Apocalyps’ wordt doorgaans begrepen als het einde van de wereld, en ‘optimisme’ lijkt daar niet meteen mee te rijmen.
Maar het woord apocalyps heeft oorspronkelijk een andere betekenis: het komt uit het Grieks (apokalupsis) en betekent letterlijk onthulling of openbaring (het wegnemen van een bedekking). De betekenis van wereldramp of het einde der tijden kwam pas later, doordat het Bijbelboek ‘Openbaring’ heftige visioenen beschrijft over de strijd tussen goed en kwaad, plagen en de ondergang van de wereld.
En ik wil het woord ‘apocalyps’ nu even belichten in die oorspronkelijke betekenis van onthulling of openbaring, want ik vind dat een heel ...onthullende betekenis in deze context.
In deze betekenis van het woord kunnen we de doorgaans angstaanjagende term zien als het zichtbaar worden van iets dat eerst verborgen was, of als een plotseling inzicht.
Apocaloptimisme is dus NIET: de crisis verdoezelen en doen alsof er niets aan de hand is. En ook NIET: dat naïeve en ongegronde moderne vooruitgangsgeloof, dat niet wil erkennen dat er geen snelle techno-fix bestaat voor wat we gaan ervaren. Apocaloptimisme heeft meer te maken met die andere betekenis van ‘inzicht’!
In de beschrijvingen van de bosbranden in Europa deze zomer wordt geregeld dat woord ‘apocalyptisch’ gebruikt, en het lijkt niet overdreven. De beelden uit Spanje en Frankrijk doen echt wel naar adem happen, en ik ben vast niet de enige die een wee gevoel in de buik krijgt, een ‘ominous gut feeling’ zoals dat heet in het Engels, iets in de trant van: dit loopt slecht af. Ook in andere landen van Europa brandt het, zelfs in noordelijke contreien als Schotland en Noorwegen - landen die we niet meteen met hittegolven, droogte en bosbranden associëren. Maar de beelden uit Frankrijk en Spanje lijken toch wel het meest op een soort Armageddon (of Apocalyps, zo je wil), met hypnotiserende vlammenzeeën van tientallen meters hoog die ook grote steden bedreigen en hun eigen weersysteem creëren, met het woord ‘pyrocumulonimbus’ als nieuwste aanwinst in onze woordenschat. Het aantal dodelijke slachtoffers bleef tot nu toe gelukkig beperkt, maar de schade aan bossen en ecosystemen is niet te overzien, om nog maar te zwijgen van het menselijk leed en de economische schade. Maar bovenal is de schaal van deze branden van zo’n overweldigende aard dat de buitengewone dreiging van de klimaatcrisis wel écht begint binnen te komen, niet als verre hypothetische mogelijkheid, maar iets dat nú en hiér begint zijn extreem destructieve beloop begint te krijgen. In Frankrijk stelde de overheid zelf al dat dit voor het land de grootste crisis sinds de tweede wereldoorlog is, en dat wil wat zeggen. En deze droogte en hittegolven en bosbranden zijn dan nog maar het topje van de ijsberg (in dit geval misschien een ongelukkige metafoor): de ecologische crisis gaat veel verder en dieper dan de koorts die er nu het meest voelbare aspect van is. (Zie mijn essay „Laten we het niet meer praten over de klimaatcrisis”, deel één en deel twee).
We zijn gewoon dat het einde van de wereld zo’n twee en een half uur duurt in Hollywood, en nu zitten we schijnbaar te staren naar een einde van de wereld uitgespreid over enkele decennia. Wat natuurlijk bliksemsnel is in verhouding tot de tijd dat de mens bestaat, en slechts een flits in geologische of kosmische tijdschalen.

Maar al het bovenstaande refereert dus aan het woord ‘apocalyps’ in de meest gekende betekenis: die van ‘einde van de wereld’.
Nu is wat we vandaag zien gebeuren niet noodzakelijk het einde van de wereld, maar wél van de wereld zoals we die tot nu toe gekend hebben.
Dát einde valt niet meer te voorkomen: de wereld zoals we die kennen gaat héél erg veranderen, in ieder geval. Het hele maatschappelijke discours draait meestal nog steeds om de vraag: hoe kunnen we behouden wat we hebben, hoe kunnen we het huidige systeem verder laten draaien? Of het nu gaat over ‘adaptatie’ of ‘mitigatie’, opeens nieuwe buzzwords, het doel is hetzelfde: zoveel mogelijk behouden wat we nu hebben. Het systeem moet blijven draaien, kost wat kost.
Maar wat als deze ‘apocalyps’, deze meta-crisis, eigenlijk dus óók -of zelfs eerder- een openbaring is, en de mogelijkheid geeft tot een ‘plots inzicht’? Een onthulling van iets wat voordien bedekt of onzichtbaar was? Wat als we voor een soort inzicht staan dat, als het écht doordringt, wel eens zou kunnen leiden tot precies het soort transformatie dat we nodig hebben en dat de planeet nodig heeft? Wat als we dat inzicht écht gaan toelaten eerder dan het halsstarrig ontwijken of onderdrukken? Zou het woord ‘apocalyps’ dan niet een andere klank kunnen krijgen, die van een hoognodig inzicht?
En wat voor inzicht zou dat kunnen zijn? Ik heb het hier niet over een religieuze epifanie of mystiek inzicht, hoewel die er voor sommigen misschien ook het gevolg van zou kunnen zijn. Ik heb het over iets dat in de eerste plaats eenvoudig is: het inzicht dat hoe het nu is in ieder geval niet goed is voor ons en in ieder geval moét veranderen, en wel héél ingrijpend, en dringend. Het inzicht dat behouden wat we nu hebben geen optie meer is, en waarschijnlijk maar goed ook.

Ik denk dat de meesten van ons dat eigenlijk al lang weten, bewust of onbewust. Het kán zo niet verder met de wereld, met hoe we de planeet mishandelen, met hoe we onszélf mishandelen. Maar voor de meesten van ons blijft het moeilijk om dat inzicht écht toe te laten. Ergens bleef het tot recent toe nog mogelijk om te geloven: “misschien zal het zo’n vaart niet lopen”. En ook al werden de tekens aan de wand steeds duidelijker de afgelopen jaren, bleef het makkelijker om die informatie toch nog op afstand te houden, in de periferie van ons gewaarzijn.
Het is ook erg makkelijk om ontmoedigd te geraken: hoe kunnen we in Godsnaam dit schip nog van koers doen veranderen, en hoe kunnen wij, kleine stervelingen, daar in Godsnaam een betekenisvolle bijdrage aan leveren? Beter gewoon stilletjes verder doen in mijn eigen leven, en hopen dat alles goed komt.
En wat als die ‘apocalyps’ die ons steeds meer in het gezicht staart, dan eigenlijk het ‘plotselinge inzicht’ of de ‘openbaring’ zou kunnen zijn: het is écht zover, het staat écht te gebeuren allemaal, en er is écht geen ontkomen aan. Maar ook: laten we dan écht eens uit de startblokken komen, en écht eens beginnen doen wat we kunnen.
Maar wát doen? En hoe? Als we echt inzien dat we onszelf in een hoek geschilderd hebben, wat rest er ons dan nog?
Als we wachten op de overheid, zal het te laat zijn; als we elk individueel iets doen, zal het te weinig zijn. Maar als we samen van alles doen, en dat van onder uit laten uitdijen als een mycorrhizaal netwerk, dan kan het misschien wél iets betekenen.
Maar dat brengt ons bij een volgende, belangrijke vraag: waar willen we naartoe?
We weten dat we het soort toekomst die we nu zien ontvouwen (klimaatcrisis, ineenstorting ecosystemen, de zesde massa-uitstervingsgolf, uitbuiting en ongelijkheid, internationale chaos en oorlogen,...) niet willen, maar wat voor toekomst willen we wél?
We zijn eigenlijk helemaal niet goed meer in het verbeelden van een toekomst die we willen. Dystopieën bedenken kunnen we goed: zap even doorheen Netflix en je ziet de wereld op honderd en één manieren vergaan. Maar mooie, holistische, zachte en hoopgevende toekomstbeelden? Je kan er lang naar zoeken. Het hoeft zelfs geen utopie te zijn: gewoon al een mooie leefbare toekomst waarin het goed toeven is: we kunnen ons niet zo goed voorstellen hoe dat zou zijn. En ik denk dat we ook niet meer zo geoefend zijn in het geloven dat het écht goed kan komen. Want dat vraagt echt enige oefening, net zoals lichamelijke fitheid dat vraagt. Hoe kunnen we ons weer een toekomst verbeelden die we wél willen, en geloven dat die ook echt haalbaar is? En hoe kunnen we ook echt verlangen naar zo’n toekomst, want ik meen dat we dat zelfs niet meer durven: overleven is al goed genoeg, een écht prachtige toekomst zit er niet in - dat is toch de onbewuste overtuiging van velen op dit punt.
Over deze vraag deel ik in de volgende blogpost een prachtig interview met iemand die daar zijn hele leven aan wijdt: Rob Hopkins. Die is auteur van (onder andere) het boek ‘How to Fall In Love With the Future’, en dat is inderdaad wat we nodig hebben: verliefd worden op de toekomst die we wél willen. En hij heeft daar heel veel over te vertellen, met eindeloos enthousiasme, intelligentie, humor, wijsheid en vertrouwen. Al heel zijn carrière bedenkt hij manieren om mensen anders te laten denken, voelen, gewaarworden en verbeelden omtrent de toekomst die we wél willen. En met prachtige en fascinerende resultaten. De klimaatcrisis is eigenlijk een crisis in de verbeelding, stelt hij, en hij heeft overschot van gelijk.
Genoeg dystopische verbeelding: we moeten ons beginnen inbeelden wat we wél willen, en ervoor gaan, samen. En hij heeft schitterende ‘oefeningen’ bedacht die ons daarbij kunnen helpen, zoals zijn ‘tijdreis-project’, waarbij mensen zich moeten voorstellen dat ze naar de toekomst reizen en daar de wereld aantreffen die ze wél willen (en hoe ruikt het daar in de toekomst, is dan één van Rob’s vragen).
Je zou kunnen stellen dat hij een echte ‘apocaloptimist’ is: zijn versie van optimisme is niet het naïeve vooruitgangsgeloof in snelle techno-fixes en economische groei, of een soort struisvogelpolitiek en het simpelweg negeren van het slechte nieuws: het is eerder: dat slechte (‘apocalyptische’) nieuws in de ogen kijken en tóch durven verbeelden en dromen en doen en onze wildste creatieve vermogens aanboren om ver ‘out of the box’ te durven denken en voelen, met humor ook.
En dat is wat ik bedoel met ‘apocaloptimisme’: het heldere besef van alle onheil waar we al middenin zitten, maar ook het besef dat we uiteindelijk deze crisis kunnen zien als de finale ‘wake-up call’ om eens te beginnen met het creëren van de wereld die we wél willen. En om te beginnen ons dan al eens écht proberen inbeelden hoe die wereld eruit zou zien (en ruiken!).
En nee, begin nu niet met te zeggen dat dat onmogelijk is. Luister eerst eens naar Rob Hopkins (onder andere).
Zoals ik al zei in ‘Warm genoeg?’: alles wat er moet gebeuren om de wereld te redden gebeurt al ergens, alleen nog niet op de schaal die nodig is.
En ieder van ons kan een steentje bijdragen, misschien op een manier die je je nu nog niet kan (of durft) inbeelden.
Wordt vervolgd! Ik wens jullie desondanks mooie, koele verdere zomermaanden toe, hopelijk gespaard van hittegolven en bosbranden.
Bedankt voor het lezen, en tot de volgende aflevering - met de tijdreizen van Rob Hopkins!
Het ga jullie goed,
Filip





