top of page
  • filipvk

Laten we niet meer praten over de klimaatcrisis (deel 2)

Bijgewerkt op: 21 nov. 2022


 

"Geen enkel probleem kan opgelost worden vanuit het bewustzijn dat dat probleem gecreëerd heeft."

Albert Einstein


"De huidige convergentie van crises -op het gebied van geld, energie, onderwijs, gezondheid, water, bodem, klimaat, politiek, het milieu en meer- is een geboortecrisis, die ons van de oude wereld naar een nieuwe verdrijft."

Charles Eisenstein


“Klimaatverandering gaat niet enkel over het klimaat. Het is ‘alles-verandering”

Margaret Atwood


“Een andere wereld is niet alleen mogelijk, ze is onderweg. Op een rustige dag hoor ik haar ademen.” Arundhati Roy




Middaglicht boven Bergsfjorden, eiland Senja, noord-Noorwegen. Foto: Filip Van Kerckhoven




Het eerste deel van dit essay begon ik met voor te stellen dat de term ‘klimaatcrisis’ eigenlijk een foute benaming is voor de convergentie van ecologische en andere crisissen waar we middenin zitten. Deze benaming laat bijvoorbeeld wat we gewoonlijk de 'biodiversiteitscrisis' noemen buiten beeld. Tegelijk poogde ik ook aan te geven waarom zowel de term ‘klimaatcrisis’ als de term ‘biodiversiteitscrisis’ eigenlijk op zich al een vorm zijn van het niet willen voelen of ervaren wat er aan de hand is met het levende weefsel op onze planeet, de biosfeer. En ik suggereerde dat dit ‘niet willen voelen’ eigenlijk naar het hart van de zaak gaat, letterlijk en figuurlijk.


In dit tweede deel zal ik verder ingaan op de redenen waarom al deze samenkomende crisissen eigenlijk, hoe moeilijk ze ook zijn, niet minder dan een schitterende uitdaging vormen, die we nu in zekere zin nodig hebben om te evolueren. En de veranderingen van perspectief die dit zal meebrengen zullen verregaand zijn: om een idee te geven hoé ver, zal ik het tot slot al even hebben over wonderlijke nieuwe inzichten in wetenschap en systeemtheorie omtrent ons bewustzijn en de aard van de werkelijkheid. En ik zal tot slot een korte inleiding geven op wat ik ‘ecologie in bewustzijn’ noem, die ieder van ons kan beoefenen. Ons bewustzijn en de buitenwereld zijn twee aspecten van dezelfde realiteit, zoals quantumfysica ons leert, en dat inzicht opent ook verrassende perspectieven en een geheel nieuwe en hoopgevende kijk op activisme en persoonlijke groei en ontplooiing. Wat we in ons eigen bewustzijn veranderen, kan dan ook een direct gevolg hebben in de ‘buitenwereld’, wat fysicus Amit Goswami inspireerde tot het introduceren van de term ‘quantum-activisme’.

Ik zal dit doen in twaalf korte hoofdstukken:


1 ’Goed nieuws en slecht nieuws’

2 ‘Niets is wat het lijkt’

3 ‘De perfecte storm’

4 ‘De grond van de zaak (en van elke zaak)’

5 ‘Geboorte’

6 ‘Van onder uit’

7 ‘Een diepe transformatie’

8 ‘Trauma’

9 ‘Cynisme, overtuigingen en hoop’

10 ‘Een wonderlijk nieuw panorama’

11 ‘Een ecologie in bewustzijn’

12 ‘Goed nieuws’.

De hoofdstukken zijn op zich niet zo lang, maar het geheel is dat natuurlijk wél. Hoewel ik alle ideeën beknopt aanhaal, is het een lange tekst geworden omdat het hele panorama dat we moeten gaan zien uiteindelijk complex is. Misschien zouden we een eenvoudig antwoord verkiezen op deze existentiële vragen, maar hoe meer ik leer des te meer ik ondervind hoe alles met alles verbonden is in deze. Tegelijk is er ook eenvoud: uiteindelijk leiden alle wegen naar één plaats, één centraal onderwerp. Ik heb overwogen om dit essay ook weer op te delen, maar ik heb er uiteindelijk voor gekozen om het als één geheel te behouden omdat de ideeën divers zijn maar ook nauw met elkaar verweven, en dat komt het best tot zijn recht door de tekst als één geheel te behouden. Je kan er wel voor kiezen om het hoofdstuk per hoofdstuk te lezen, en elk deel even te laten bezinken. De ideeën die ik in deze tekst begin uiteen te zetten zijn niet nieuw, en zijn al uitgebreid verkend door grotere geesten dan ikzelf. Je zou zelfs kunnen stellen dat sommige ervan de oudste ideeën in onze wereld zijn, die voor onze voorouders twintig of dertig millennia geleden heel herkenbaar en zelfs vanzelfsprekend zouden geweest zijn. De hedendaagse wetenschap ontmoet weer de oudste intuïties van de mens, en dat is een bijzonder mooi proces. Ik verwijs dan ook naar sites en organisaties waar je verdere informatie vindt, en ikzelf zal in toekomstige teksten en blogposts ook nog vaak terugkomen op alles wat in de hiernavolgende tekst wordt aangeraakt. Dat vormt in zekere zin één van de hoofddoelen van ‘A Biosphere Project’, en in die zin is dit essay een update van mijn ‘Intentieverklaring’ twee jaar geleden. Het is een soort samenvatting geworden van de ideeën die ik verder wil delen en verkennen, en mogelijk een eerste kiem van een boek. Het is een ‘road map’ geworden, zo je wil, een soort kaart doorheen thema’s die ik de komende jaren (of decennia, want het ziet ernaar uit dat ik hier lang mee bezig ga zijn) wil verkennen, zowel in de wereld als in mezelf. A Biosphere Project moet uiteindelijk een reisproject en fotografisch documentatieproject worden, maar het is vanaf het begin ook opgevat als een verkenning van de ideeën en collectieve overtuigingen die ons op dit punt gebracht hebben, en van de ideeën die ons weer verder kunnen helpen in onze ontwikkeling. Veel leesplezier.




Bergkam in de Queyras, grens tussen Italië en Frankrijk. Foto: Filip Van Kerckhoven


1 - Goed nieuws en slecht nieuws

Eerst wat van het slechte nieuws (daarna volgt er goed nieuws, beloofd).

Ik schreef het eerste deel van dit essay enkele maanden geleden, in juni van dit jaar. Je zou denken dat de twee zomermaanden nadien ook voor de meest verstokte klimaatontkenner toch wel barsten in die ontkenning gebracht moeten hebben. Afgelopen zomer was er wereldwijd één van klimaatrampspoed, van recordbrekende hittegolven, droogte, extreme moessonregens, orkanen en overstromingen. Miljoenen mensen wereldwijd zijn getroffen in een reeks van rampen die in schaal en intensiteit ongezien waren. Zo kwam niet minder dan één derde van Pakistan onder water te staan en 33 miljoen inwoners zijn er ontheemd door een nooit geziene zondvloed. (Op het moment dat ik dit schrijf, in oktober en november van 2022, is dat water in Pakistan overigens nog niet weggetrokken. Het land staat nog steeds voor één derde blank). In Nigeria zijn meer dan één miljoen mensen op de vlucht voor overstromingen zonder voorgaande. Heel Europa kreunde onder hitte en droogte die Rijn en Donau deed verschrompelen en honderdduizenden hectare landbouwgewassen vernielde. In Indië werd tijdens de afgelopen hittegolven tot zestig graden aan de grond gemeten. Florida is een puinhoop na de apocalyptische doortocht van orkaan Ian. In China kwamen rivieren, meren en reservoirs droog te staan in de ergste hittegolven en droogte ooit. Het zuidwesten van de VS komt stilaan zonder water te zitten, de Colorado en Rio Grande zijn nog maar een schaduw van de machtige rivieren die ze ooit waren, en bosbranden zijn zelfs in de winter het nieuwe normaal ten westen van de Rocky Mountains. En dan Cuba, Brazilië, Korea, Afghanistan, de Hoorn van Afrika,...Het lijkt me dat een verdere opsomming niet nodig is op dit punt: de omvang van de wereldwijde rampspoed (op amper twee maanden tijd) begint nu toch wel klaar en duidelijk te worden ook voor iemand die gewoonlijk de andere kant opkijkt, en lijkt nu ook zelfs de meest terughoudende en passieve mainstream media tot wat meer berichtgeving terzake aan te zetten.

Hoewel ook nu die berichtgeving in de mainstream media nog steeds geen recht doet aan de schaal van de crisis, en te anekdotisch en fragmentarisch blijft. Om een realistischer beeld te krijgen van wat er allemaal gebeurt, is het nog steeds nodig om ook ten rade te gaan bij wetenschappelijke en onafhankelijke nieuwsbronnen, bij verslagen en rapporten van instanties zoals de VN en gespecialiseerde think-tanks en onderzoekscentra. Indien je voor nieuws uitsluitend beroep doet op onze klassieke mainstream media, durf ik stellen dat je nog steeds een onvolledig beeld hebt van de omvang en de urgentie van wat er nu al gebeurt en van wat ons in de komende jaren en decennia te wachten staat. Het nieuws over deze existentiële crisis verdrinkt nog steeds in een zee van infotainment en ‘business as usual’. Maar zelfs in dit nog steeds tekort schietende medialandschap wordt het beeld van een ontregeld klimaat elk jaar concreter, reëler, angstaanjagender. De ‘klimaatcrisis’ is dus wel degelijk een feit, en een crisis die een existentiële bedreiging vormt voor het voortbestaan van onze soort en vele van de soorten leven waar we deze planeet mee delen.


Waarom dan deel twee van dit essay toch weer beginnen met de titel ‘Laten we niet meer praten over de klimaatcrisis?’ Nu deze crisis toch almaar duidelijker wordt in omvang en dreiging? Omdat wat we de afgelopen decennia en nu zeker afgelopen zomer hebben meegemaakt weliswaar buitengewoon ernstig is, maar toch slechts nog maar een deel is van waar we tegenaan botsen en wat ons te wachten staat. Het is het spreekwoordelijke topje van de ijsberg. Het is het momenteel meest voelbare aspect van een proces waarvan het grootste deel nog buiten het blikveld van de meeste mensen blijft. De kanarie in de koolmijn. De problemen zijn uiteindelijk nog veel vérstrekkender. Het in toenemende mate ontregelde klimaat op onze planeet en de manier waarop we nu al de zesde grote uitstervingsgolf veroorzaken (zie deel één van dit essay), zijn ten gronde symptomen van een probleem dat nog veel dieper gaat. Dit dieperliggende probleem is wat onze aandacht vraagt, en wat om de inzet van al onze creatieve vermogens, durf, en menselijke capaciteit tot verbeelding en transformatie zal vragen. Door het voortdurend over de ‘klimaatcrisis’ te hebben, blijven we we dit fenomeen isoleren van alles wat er verder nog aan de hand is in de biosfeer, en missen we veel van de essentie van wat er gebeurt en te gebeuren staat.


Het goede nieuws (want we moeten altijd onthouden dat er ook steeds goed nieuws is in deze convergentie van crisissen) is dan dat als we doorheen deze crisis gaan en wereldwijd een juiste manier van reageren kunnen ontwikkelen, dit ons een oneindig veel bétere wereld kan opleveren, met oneindig veel meer welzijn voor de mens als soort en als wezen, en -moet ik het eraan toevoegen- oneindig veel meer welzijn voor zowat alle àndere vormen van leven waar we de planeet mee delen. Net zoals de verslaafde een oneindig veel betere zijnstoestand kan gaan ervaren, zowel geestelijk als fysiek, na het proces van ontwenning. Er zal véél meer nodig zijn dan overstappen op elektrische auto’s of het bouwen van tienduizenden windmolens. Er zal geen techno-fix zijn die ons gaat redden, in tegenstelling tot wat ‘eco-modernisten’ ons graag willen doen geloven. Maar juist de ernst en de omvang van de crisis laat ons geen uitweg: er zit niets anders op dan een grootschalige transformatie van onze wereldwijde samenleving, en in die zin is de storm waar we doorheen gaan wél goed nieuws: het ging sowieso niet echt goed met ons (dat is een understatement), en we worden gedwongen tot buitengewoon ingrijpende verandering. Zoals ook de verslaafde in veel gevallen eerst een levensbedreigende crisis moet doormaken om écht de stap naar transformatie en ontwenning te zetten.




2 - Niets is wat het lijkt

Zodra we een vollediger beeld krijgen van wat onze situatie eigenlijk is, wordt ook duidelijk dat we de oorzaken van dit samengaan van crisissen meestal niet juist identificeren.


Er is een oud verhaal dat verhelderend is in deze. Het is een verhaal dat ik al lang geleden heb leren kennen, en ik was dan ook heel blij het recent weer verteld te zien in de bijdrage van Kingsley L. Dennis in ‘De Intelligentie Van De Kosmos’, het magistrale werk van Ervin Làszlò over het ontluikende nieuwe paradigma in kosmologie. Het is een oud volksverhaal met het Oosterse personage Moela Nasroeddin in de hoofdrol:


Een man loopt ’s avonds laat naar huis, en ziet een nerveuze Moela Nasroeddin onder een straatlantaarn op handen en voeten over straat kruipen, verwoed naar iets op de grond zoekend.

“Moela, wat ben je kwijt?” Vraagt de voorbijganger.

“Ik ben op zoek naar de sleutel van mijn huis” zegt Nasroeddin ongerust.

“Ik zal je helpen,” zegt de man en gaat Moela Nasroeddin helpen met zoeken.

Dus liggen beide mannen op hun knieën onder de straatlantaarn te zoeken naar de verloren sleutel.

Na een tijdje vraagt de man aan Nasroeddin: “Vertel me eens, Moela, weet je nog waar je de sleutel precies hebt laten vallen?”

Nasroeddin wijst met zijn arm naar achteren, in het donker, en zegt: “Daar, in mijn huis. Ik ben de sleutel in mijn huis verloren...”

Geschokt en geërgerd springt de voorbijganger omhoog en schreeuwt tegen Narsoeddin” Waarom zoek je dan hier op straat naar de sleutel?”

Omdat er hier meer licht is dan in mijn huis en ik hier dus beter kan zien,” antwoordt Moela Nasroeddin nonchalant.

Net zoals Moela Nasroeddin in dit hilarische verhaal, kun je stellen dat wij collectief ook de sleutel tot de oplossing voor de ‘klimaatcrisis’ zoeken op een plaats waar er op het eerste zicht meer licht schijnt, zonder dat we eigenlijk mogen verwachten dat die sleutel daar ook ligt. Eenvoudigweg het feit dat daar ‘onder de lantaarn’ meer licht schijnt en we dus gewoon zijn om met onze aandacht daar te vertoeven, leidt er ons toe om ook daar te zoeken naar de sleutel. Maar we moeten de mogelijkheid onderkennen dat die sleutel op een heel andere plek ligt.


Indien je steekproefgewijs een groep mensen zou vragen om de oorzaken van de ‘klimaatcrisis’ te identificeren, zouden de meesten waarschijnlijk antwoorden dat het voor alles een probleem is van energieproductie (fossiele brandstoffen) en mobiliteit (auto’s, vliegreizen, transport).

Zodra je je wat verder verdiept in de wezenlijke aard van de processen die zich voltrekken, zie je dat geen van deze, die doorgaans als ‘hoofdschuldigen’ worden aangewezen, dat ook werkelijk zijn, en dat eigenlijk geen enkel op zichzelf staand feit of proces in de biosfeer als ‘schuldige’ kan terechtstaan.


Om maar één voorbeeld te geven: alle vliegverkeer ter wereld samen is verantwoordelijk voor zo’n 2,5 tot 3 percent van wereldwijde emissies van broeikasgassen. Indien alle vliegtuigen ter wereld dus vanaf heden aan de grond zouden blijven (wat we overigens al even mochten meemaken tijdens de corona crisis), blijft 97 percent van het emissieprobleem intact. Het is dus moeilijk vol te houden om de luchtvaart als één van de grote ‘schuldigen’ af te schilderen, zoals zo vaak gebeurt. Moeten we dan maar naar hartelust vliegen? Nee, zoals met al onze energieverbruikende en vervuilende activiteiten zullen we daar collectief veel zuiniger en oordeelkundiger mee moeten omgaan, maar de focus op vliegen als één van de grote ‘klimaatboosdoeners’ en het cultiveren van ‘vliegschaamte’ is contraproductief en naast de kwestie.


Een ander voorbeeld is de productie van energie uit het verbranden van fossiele brandstoffen. Op het eerste zicht lijken de emissies van broeikasgassen door het verbranden van steenkool, aardolie en aardgas natuurlijk echt wel dé ‘klimaat-boosdoener’ bij uitstek, en de voornaamste focus van het publieke debat en de jaarlijkse COP klimaatonderhandelingen. Maar als je dit gegeven ook weer in relatie tot een breder panorama plaatst, wordt het relatief: de historische uitstoot van CO2 zou minder schadelijk zijn geweest als we tezelfdertijd niet een derde tot de helft van alle bossen wereldwijd zouden gekapt hebben, en ook de capaciteit van andere ecosystemen om de koolstofcyclus in onze biosfeer in homeostase te houden niet drastisch hadden uitgehold door het decimeren van graslanden, mangroves en wetlands, het uitroeien van talloze grote land- en zeezoogdieren (die òòk een rol spelen in het klimaat), het vernietigen van ecosystemen door industriële landbouwpraktijken, en het wereldwijd uitbouwen van de grootschalige monoculturen die steunen op ploegen, kunstmest en pesticiden, die van de landbouw de grootste wereldwijde bron van broeikasgassen hebben gemaakt (terwijl regeneratieve landbouw een groot deel van antropogene emissies van broeikasgassen zou kunnen opvangen), enzovoort enzoverder.


Er zijn vele andere voorbeelden van een verkeerde inschatting van oorzaken van de convergentie van crisissen in onze biosfeer. Zo zijn nog steeds maar weinig mensen zich bewust van de ecologische verwoesting veroorzaakt door de wereldwijde industriële veeteelt, die oneindig veel meer schade aanricht dan de luchtvaart of zelfs de hele wereldwijde transportsector. Of van de desastreuze schade veroorzaakt door de kledingindustrie en dan vooral ‘fast-fashion’. Of van de apocalyps die de industriële visserij dagelijks aanricht in zeeën en oceanen en die oceanen in al in de komende decennia in eindeloze dode ‘water-woestijnen’ dreigt te veranderen .

Maar ook geen van deze andere factoren kan als ‘hoofdschuldige’ aangeduid worden. (Hoewel, als we één zouden moeten kiezen, de grootschalige industriële runderveeteelt toch wel met stip de eerste kandidaat zou zijn.)

Zo blijven ook veel mensen de ‘overbevolking’ als oorzaak van de klimaatcrisis aanduiden, terwijl er eigenlijk weinig of geen verband is. Veruit de meeste mensen op deze planeet hebben niet bijgedragen aan dit probleem en aan de historische emissie van broeikasgassen en doen dat ook nu maar in minimale mate. En een aanzienlijk deel van de wereldbevolking heeft een ‘ecologische voetafdruk’ die veel dichter ligt bij wat onze planeet kan dragen dan inwoners van de rijke industrielanden. Zelfs voedselvoorziening kan eigenlijk probleemloos voor het huidige bevolkingspeil van deze planeet (momenteel wordt één derde van alle wereldwijd geproduceerde voedsel weggegooid), ook -en zelfs beter- als we wereldwijd overschakelen op lokaal verankerde regeneratieve landbouw en al zeker als we stoppen met industriële veeteelt. Een vaststelling die tegen-intuitief lijkt en voor vele mensen ongeloofwaardig zal overkomen, hoewel meerdere onderzoeken en niet het minst een groep van 200 experts in opdracht van de VN al jaren geleden tot deze conclusie zijn gekomen. Jazeker, we kunnen iedere aardbewoner voeden met lokale regeneratieve landbouw op een manier die veel gezonder zal zijn voor mens én planeet dan nu het geval is, en zònder het klimaat of de biodiversiteit te belasten - integendeel, een wereldwijde toepassing van regeneratieve landbouw zou een groot deel van onze CO2 emissies weer kunnen capteren en in de bodem opslaan, en kan ecosystemen helpen herstellen. Landbouw kan van de grootste bron van emissies evolueren naar de grootste ‘carbon-sink’ of koolstof-opslag in onze biosfeer.



Runderen in het veld, provincie Somogy, Hongarije. Foto: Filip Van Kerckhoven




3 - De perfecte storm

We lijken dus collectief nog niet goed te begrijpen waar de oorzaken van wat we doorgaans (en dus verkeerdelijk) ‘de klimaatcrisis’ noemen eigenlijk liggen. En we missen collectief ook informatie over hoe die ‘klimaatcrisis’ op zich maar een deel is van een groter panorama. Bijgevolg richten we onze aandacht maar op een fractie van de werkelijkheid die zich aandient, en blijft een groot deel van deze realiteit buiten ons blikveld. Zoals Moela Nasroeddin zoeken we de sleutel waar er veel licht schijnt (door de focus van media, instellingen en overheden bijvoorbeeld), zonder er acht op te slaan dat die sleutel eigenlijk ergens anders ligt.


En het gaat nog verder: vanuit elk probleem dat je in verband met het klimaat in focus brengt, breiden zich bijna meteen concentrische kringen uit naar andere steeds kritieker wordende problemen in zowat alle domeinen van menselijke activiteit. Geen enkele kan los van de andere bekeken worden, laat staan ‘opgelost’. Vandaar ook dat je kan stellen dat onze wereldwijde industriële samenleving, oftewel de ‘Machine’, zoals het industriële kapitalistische systeem ook wel eens genoemd wordt door schrijvers, activisten en filosofen als Paul Kingsnorth, Amitav Gosh of Naomi Klein, dat deze Machine aan het haperen is en dreigt stil te vallen. Bijna elk aspect van de Machine botst tegen grenzen aan, een fase die overigens al vijftig jaar geleden accuraat voorspeld werd door het rapport van de Club van Rome. Veel, zo niet de meeste, van de systemen die de mens heeft gecreëerd op deze planeet verkeren ook in crisis. En deze ‘breakdown’ in de globale systemen die door de mens gecreëerd zijn dreigen op hun beurt een verdere desastreuze impact te hebben op de natuurlijke systemen en hun synergie in onze biosfeer.

Mogelijk reageer je op die vaststelling met ongeloof. Zo slecht gaat het toch niet met onze technologische ‘beschaving’? Jazeker, we botsen tegen problemen aan, maar die gaan we toch oplossen met onze technologische innovaties, met economische groei, met wetenschappelijke vooruitgang? Het antwoord op die vraag is nee. Zoals de Club van Rome een halve eeuw al correct voorspelde, zijn onze huidige systemen, gebaseerd op groei en dominantie van de natuurlijke wereld, op hun eindpunt gekomen. Het feit dat we nu al dubbel zoveel ‘resources’ gebruiken dan wat de planeet kan dragen (het fenomeen genaamd ‘global overshoot’), en dat de wereldeconomie moet verdubbelen in de komende 25 jaar om het systeem draaiende te houden, moge al genoeg aanwijzing zijn dat we voor ons huidige systeem enkel nog wat uitstel van executie mogen verhopen, maar dat het vonnis niet meer kan gewijzigd worden. Nu ik al enkele jaren niet anders doe dan gespecialiseerde rapporten te lezen, nieuwsbrieven van universitaire onderzoekscentra door te nemen en discussies gevoerd in think-tanks door te nemen, is de conclusie onvermijdelijk: het is ‘game over’ voor de wereld zoals we die kennen. Maar we hebben dat collectief nog allerminst begrepen. Ik zal daar in komende blogposts dieper op ingaan en ook verwijzen naar bronnen en auteurs over de verschillende onderwerpen die hiermee samenhangen, maar je moet me voor nu maar op mijn woord geloven. Eén van de intenties met A Biosphere Project is de informatie hieromtrent te helpen verspreiden, omdat het gebrek aan informatie over de onhoudbare positie van ons mondiale industriële systeem een reactie op voldoende grote schaal onwaarschijnlijk maakt, en verhindert dat we een transformatie initiëren van onze samenleving die diep genoeg is om een rampzalige uitkomst te voorkomen.

Zonder een uitputtende opsomming te willen voorschotelen die al meteen een gevoel van ontmoediging kan oproepen, toch even een greep uit probleemgebieden die opdoemen zodra je de concentrische kringen volgt vanuit de ‘klimaatcrisis’: natuurlijk in de eerste plaats energieproductie, transport, mobiliteit, grootschalige industriële landbouw en industriële visserij, maar bij nader toezien ook het hele huidige stelsel van internationale handel, het internationale financiële systeem gebaseerd op rente en schuld, de wezenlijke aard van onze geldsystemen en onze afspraken inzake het toekennen van waarde, de onhoudbaarheid van een economisch systeem dat gebaseerd is op de noodzaak van eindeloze groei in een eindig systeem (de Aarde), de wezenlijke aard van het kapitalisme en het verschil tussen dat systeem en een vrije markt, de zeer problematische relatie van kapitaal tot democratische instellingen en procedures, de eveneens zeer problematische relatie van kapitaal tot internationale media en persvrijheid. De fragiliteit, verspilling en monsterlijke ecologische voetafdruk van de globale transportsystemen en aanvoerlijnen in de geglobaliseerde economie, de onhoudbaarheid van een wereldwijd handelssysteem dat ‘opkomende economieën’ ertoe dwingt alle mogelijke ‘natural resources’ ten gelde te maken. Enzovoort enzoverder. De lijst gaat verder, maar ik zal het voor nu hierbij laten. Van elk van bovengenoemde systemen en verzamelingen van afspraken en procedures die we doorgaans ‘beschaving’ noemen, valt te stellen dat de huidige manier van organisatie niet vol te houden is als we een transitie willen naar een planetaire samenleving die écht ‘duurzaam’ te noemen zou kunnen zijn, of als we zelfs maar willen overleven.


Zoals ik zei is het mogelijk dat je dit perspectief maar moeilijk kan aannemen. Ons dominante wereldbeeld zoals dat tot uitdrukking komt in onze media, onze instellingen, ons onderwijs, onze overheden en onze transnationale organisatievormen, gaat er inderdaad nog van uit dat we alle moeilijkheden gaan kunnen overwinnen met een combinatie van economische groei en technologische vooruitgang. De barsten in dit perspectief blijven meestal buiten het blikveld van het mainstream discours, zelfs al meen ik te mogen stellen dat we er collectief niet écht meer in geloven - het gevoel van angst en zelfs wanhoop lijkt daarvoor momenteel teveel verspreid in ons collectieve bewustzijn. Toch is het loslaten van het perspectief dat ‘het wel goed komt’ heel moeilijk voor onze huidige collectieve identiteit, en we geloven nog graag dat ook deze problemen overwonnen zullen worden vanuit ons verhaal van steeds grotere beheersing van de natuur en steeds meer technologische ‘fixen’ voor de uitdeinende concentrische golven van systemisch falen. Deze overtuiging is zo diepgeworteld in onze cultuur dat het één van onze grote uitdagingen zal vormen om dit idee van eindeloze controle en dominantie los te laten.

De oplossing die neoliberale economen voorstellen (meer economische groei) is een illusie, zoals al uit heel veel onderzoek en ook ‘op het terrein’ is gebleken. Economisch antropoloog Jason Hickel toont in ‘Less Is More’ overtuigend aan dat het spoor van economische groei absoluut onhoudbaar is en dat ‘groene groei’ een wensdroom is. De oplossing die eco-modernisten voorstellen (meer technologie, vernieuwing, en ‘groene energie’) ons zal redden, is òòk een illusie. Dat alles is al lang uitgebreid en zorgvuldig becijferd. Het is uiteindelijk allemaal fysica en wiskunde, en eco-modernisten laten bijzonder veel harde data buiten hun beschouwingen. Zo zou alleen al de hoeveelheid grondstoffen benodigd voor het bouwen van al de windmolens en zonnepanelen die nodig zouden zijn om wereldwijd bij onveranderde economische groei over te schakelen op ‘hernieuwbare energie) de globale ‘overschoot’ (oftewel de mate waarin we meer gebruiken dan de Aarde kan verdragen) nog meer de hoogte injagen en de finale doodsteek vormen voor veel resterende ecosystemen en biodiversiteit. Met meer van wat onze mondiale ‘Machine’ tot nu toe heeft gecreëerd, zullen we enkel nieuwe crisissen katalyseren. Charles Eisenstein brengt in zijn magnum opus ‘The Ascent Of Humanity’ een indringend panorama van de manier waarop onze technologische ‘fixen’ steeds meer problemen creëren vanuit onze obsessie met controle en dominantie, en het ‘eco-modernisme’ blijkt vooral de nieuwste versie van die obsessie te zijn.

Technologische innovatie zal een onderdeel moeten zijn van een succesvolle transitie, maar zal op zich niet volstaan om het tij te keren.


Dieper ingaan op elk van deze domeinen en waarom ze alle afstevenen op systemisch falen zou van dit essay een boek maken, en voor nu volstaat het vast te stellen dat haast elk domein van wereldwijde menselijke activiteit op een kantelpunt is gekomen, een punt waar de stabiliteit van het systeem onhoudbaar is en een overgang naar een andere fase onafwendbaar lijkt. Zoals quantumfysicus Fritjof Capra het uitdrukt: “Hoe meer wij de grote problemen van onze tijd bestuderen, hoe meer wij tot het besef komen dat zij niet los van elkaar kunnen worden gezien. Het zijn systemische problemen, wat betekent dat ze onderling verbonden en van elkaar afhankelijk zijn”.


Bovendien wordt als je deze concentrische cirkels volgt in alle richtingen, snel duidelijk dat al die wereldwijde systemen die we op dit punt als ‘beschaving’ beschouwen op zich onmogelijk een oplossing kunnen brengen voor de crisis waar we voor staan, omdat ze er zelf de hoofdoorzaak van zijn. Zoals Albert Einstein het stelde: "Geen enkel probleem kan opgelost worden vanuit het bewustzijn dat dat probleem gecreëerd heeft." Of zoals Audre Lorde het verwoordde: “De werktuigen van de meester zullen het huis van de meester niet ontmantelen”.


Het lijkt er bij nader toezien dus op dat er weinig of geen van de grote wereldwijde systemen en collectieve afspraken gecreëerd door de mens in hun huidige vorm kunnen voortbestaan als we de convergentie van ecologische crisissen, oftewel de de biosfeercrisis, echt aan de bron willen aanpakken en nog een leefbare toekomst voor ons nageslacht en voor de andere vormen van leven op deze planeet willen mogelijk maken.



4 - De grond van de zaak (en van elke zaak)

Maar nu komen we op ander terrein: als we besluiten dat zowat alle systemen die we momenteel als ‘beschaving’ beschouwen in toenemende mate en fundamenteel onverenigbaar zijn met een leefbare planeet, dan volgt uit die vaststelling eigenlijk logischerwijze dat er iets fundamenteel schort aan de manier van denken, of zelfs de aard zelf van het bewustzijn dat deze systemen heeft gecreëerd. Dat er iets fundamenteel fout is gegaan in de aard van onze mentale concepten die onze relatie met onze leefwereld bepalen.

Een vorm van leven behept met bewustzijn die alle factoren van samenwerking en synergie met het ruimere systeem waarin het bestaat (de biosfeer van de Aarde) onderkent, en deze optimaal tot expressie brengt, zal zich niet ontwikkelen op een manier die dat grotere systeem vernietigt. Indien één orgaan in een lichaam zich ontwikkelt op een manier die incoherent is met dat lichaam, kan dat leiden tot ziekte en zelfs dood van het lichaam. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij ongebreidelde celdeling (in welk geval we van kanker spreken). De vaststelling dat wat onze manier van denken en in ruimere zin misschien onze vorm van bewustzijn momenteel creëert in het ruimere organisme waar het deel van uitmaakt (onze biosfeer) datzelfde ruimere organisme in acuut levensgevaar brengt, wijst erop dat ons bewustzijn faalt op een fundamenteel niveau. Een vorm van bewustzijn die zichzelf dreigt te vernietigen is niet optimaal ontwikkeld, en dat is een understatement.

Mogelijk was deze vorm van bewustzijn die ons op het huidige punt in onze evolutie heeft gebracht een noodzakelijke fase in onze ontwikkeling (zoals evolutie- en systeemfilosofen als Eisenstein, Lent en Laszlo ook stellen), maar gezien de systemen die door dit bewustzijn nu worden gecreëerd op meer en meer vlakken incompatibel blijken te zijn met een leefbare planeet, lijkt het erop dat ons bewustzijn nu aan een grondige ‘update’ (of een ‘upshift’ zoals Ervin Laszlo het noemt) toe is, een transformatie in de manier waarop we onszelf situeren in onze leefwereld, in het universum, in het bestaan.

Maar wat bedoel ik met ‘bewustzijn’? Wat is het verschil tussen ‘manier van denken’ en ‘bewustzijn’? Hoezo zijn er verschillende vormen van bewustzijn? En hoezo is bewustzijn een deel van het ruimere systeem dat we biosfeer noemen? En wat betekent het dat een bewustzijn faalt? Deze vragen wil ik ook allemaal verder verkennen in de blog, in komende teksten omtrent de nieuwste wetenschappelijke inzichten in de aard van het bewustzijn, en in het reisproject dat A Biosphere Project moet worden. Het wordt evenzeer een verkenning van de wezenlijke aard van ons bewustzijn als een reis in de fysieke wereld.

Wat we dus doorgaans de ‘klimaatcrisis’ noemen, blijkt dus bij nader inzien over àlles te gaan, zoals het citaat van Margaret Atwood aan het begin van deze tekst al aangaf. Het is niet alleen een crisis van het klimaat, en ook niet enkel van de biodiversiteit op onze planeet. Het is ook een crisis in zowat alle systemen die door onze soort, Homo Sapiens, gecreëerd zijn in deze biosfeer waar we onlosmakelijk mee verbonden zijn. Het is een crisis in onze wereldwijde industrieel-kapitalistische ‘Machine’ en onze gewoonte om alle natuurlijke systemen als ‘grondstoffen’ voor deze machine te zien, waarbij de hele natuurlijke wereld uiteindelijk in geld wordt omgezet. Maar het is bovenal een crisis in de relatie van ons bewustzijn met onze wereld en het universum. Het is een mogelijk kantelpunt in ons wereldbeeld, in ons stelsel van bewuste en onbewuste geloofsovertuigingen, in ons zelfbeeld op het meest fundamentele niveau. En het is (indien we dat durven aangaan) een beslissende fase in de ontwikkeling van bewustzijn en het zetten van de stap naar een nieuwe vorm van planetair bewustzijn.


En zolang we dat alles niet zien, zolang we de concentrische cirkels niet volgen naar de uithoeken van ons bewustzijn, zal elke benadering van wat we de ‘klimaatcrisis’ noemen, tekort schieten en naast de kwestie zijn. En net zolang zullen we de sleutel blijven zoeken onder de straatlantaarn enkel omdat er daar meer licht brandt, terwijl die eigenlijk in ons huis ligt. Nogmaals, zoals Albert Einstein stelde: "Geen enkel probleem kan opgelost worden vanuit het bewustzijn dat dat probleem gecreëerd heeft."


Het zal dus nodig zijn een nieuw soort bewustzijn te ontwikkelen. Minder zal niet volstaan.




Zonsondergang boven de Oostenrijkse Alpen. Foto: Filip Van Kerckhoven




5 - Geboorte

Het ontwikkelen van een nieuw bewustzijn is wat ook in elk individueel leven op zeker moment nodig is: het bewustzijn van het kind moet expanderen en transformeren tot dat van een volwassene, zoniet kan het individu niet groeien en zich niet ontwikkelen. Het perspectief van het kind blijft van groot belang en wordt in essentie meegedragen door een (gezonde) volwassene, maar het kan als basis voor het leven niet volstaan: een evolutie en expansie in bewustzijn zijn nodig om als individu en als deel van een samenleving een betekenisvol leven te kunnen leiden.

En zo’n evolutie gaat meestal ook in het individuele leven van ons allen gepaard met de nodige crisissen, die soms ook levensbedreigend kunnen zijn. Elke grote hindernis, trauma of pijn in ons leven is een uitdaging tot groei en transformatie van bewustzijn, en dat is met deze globale existentiële ‘groeipijn’ niet anders. En niet ieder kind haalt het: de grote stormen en tribulaties van de pubertijd zijn voor sommigen teveel en soms eindigt het verhaal in alcoholisme, drugsmisbruik, geweld, criminaliteit, zelfdoding. De transformatie is voor sommigen een te grote uitdaging.

En dat geldt ook voor planetaire samenlevingen. Het valt te verwachten dat niet elke planetaire beschaving het haalt, en dat de stap naar expansie en ontwikkeling van bewustzijn niet door alle beschavingen gezet wordt. Maar in ieder geval denk ik dat we kunnen stellen dat groei zonder hindernissen en crisissen onmogelijk is. En dat het doorkomen van deze crisis waar we nu voorstaan omgekeerd onmogelijk is zonder transformatie en groei van ons bewustzijn, zowel individueel als collectief.


In die zin is dit samenkomen van crisissen op planetaire schaal inderdaad de ‘perfecte storm’ om te komen tot transformatie. Je kan stellen dat we een soort geboortecrisis ingaan, die ons in een nieuwe tijd kan brengen indien we de uitdaging juist identificeren en het proces écht aangaan. Maar ook niet alle geboortes lopen goed af: soms gebeurt er iets tijdens het proces dat leidt tot het sterven van het kind dat wil geboren worden, en soms is ook het leven van de moeder in gevaar. Die tocht door het geboortekanaal is heftig, gevaarlijk, en pijnlijk, en moet voor de baby een helse tocht door duisternis en alomtegenwoordige pijn lijken. Als dit een beschrijving lijkt van waar we als planetaire samenleving momenteel doorgaan, is dat geen toeval. Overal waar we kijken zien we rampspoed, politieke instabiliteit, economische crisissen, polarisering, sociale onrust, toenemende extreme ongelijkheid, de uitholling van wat er nog rest aan ‘democratie’ en de opmars van autoritaire regimes, en nu ook weer de dreiging van een nucleair conflict, lokaal in Oekraïne of wereldwijd in een nucleair armageddon. We lijken aan alle kanten omgeven door duisternis, en soms lijkt het wel alsof een demonische kracht onze menselijke geest in zijn greep houdt en op zelfvernietiging aanstuurt, zoals Paul Levy ook stelt in zijn meesterlijke ‘Dispelling Wetico’, of zoals auteur en filosoof Norman O. Brown al in 1959 aangaf in zijn magistrale, buitenissige en visionaire werk ‘Life Against Death’.

Dit duister is een perfecte reflectie van de huidige fase van ons bewustzijn, en is er het alomtegenwoordige gevolg van. De oorzaken van wat we de ‘klimaatcrisis’ noemen en van wat we om ons heen zien gebeuren in alle domeinen van menselijke activiteit, zijn dezelfde. En enkel als we diep genoeg gaan en ons bewustzijn (collectief en individueel) aan een grondig onderzoek onderwerpen, maken we kans om de oorzaak van onze problemen juist te identificeren en niet meer, zoals Moela Nasroeddin, op de foute plaats te zoeken. En enkel dan maken we kans om de volgende stap in onze ontwikkeling te zetten.



6 - Van onder uit

De ‘silver lining’ van al de ellende waar de wereld zich momenteel mee geconfronteerd ziet, is dan dat we, als we dit onderzoek en deze transformatie echt aangaan, een veel bétere wereld kunnen creëren, die in vele opzichten radicaal zal verschillen van de huidige. Eerder dan een planetaire samenleving gebaseerd op afscheiding, competitie, exploitatie en dominantie, zal deze gebaseerd zijn op aspecten van bewustzijn die in ons huidige verhaal moeilijk tot uitdrukking komen, maar in de volgende fase van onze ontwikkeling van doorslaggevend belang zullen blijken: samenwerking, synergie, coherentie op elk niveau, en evenwicht met onze natuurlijke omgeving, de biosfeer. Daartoe zal evenwel vrijwel elk van onze systemen moeten herdacht worden vanuit dit nieuwe bewustzijn en vanuit het perspectief van coherentie en synergie, en dat wordt vanzelfsprekend de grote uitdaging waar we voorstaan. Maar daartoe zal eerst het bewustzijn dat deze systemen tot nu toe heeft gecreëerd moeten transformeren, en dat is de zo mogelijk nòg grotere uitdaging waar we voor staan.


Ons huidige economische systeem gebaseerd op eindeloze groei, extractie, en concentratie van macht en bezit in een steeds kleinere groep, moet omgebogen worden naar een economie gebaseerd op respect, evenwicht en ‘super- coherentie’ met onze biosfeer. Voorwaar geen kleine opgave, en de machtstructuren die nu het status-quo willen handhaven zullen niet zomaar hun bereidwillige medewerking verlenen aan zo’n proces. Daartoe zal een beweging van onderuit nodig zijn, een opwaartse kristallisering en organisatie van initiatieven die vanuit het lokale zich zullen verspreiden naar het globale. Dat zal de enig mogelijke manier zijn om op de nodige verandering te kunnen hopen, zoals systeemfilosofen als Jeremy Lent en Ervin Laszlo al hebben gesteld in zeer ver doorgedachte ideeën voor het tot stand brengen van een nieuw soort beschaving. Een ‘top-down’ proces dat wordt geïnitieerd door de huidige centra van macht en politieke invloed zal in deze uiterst onwaarschijnlijk zijn, omdat deze centra van politieke en economische macht zo’n transitie uit alle macht zullen proberen tegenhouden. Onze politieke vertegenwoordigers zullen het ook niet aandùrven zolang ze aan handen en voeten gebonden zijn door de financiële wereld en de industriële machten, én zolang wij allen hen niet het signaal geven dat dat is wat wij (het volk, de kiezer, de burger, de samenleving, of hoe je ons ook wil definiëren) willen. Daartoe is het nodig dat de essentiële informatie over onze toestand zich zo snel mogelijk verder verspreid onder de bevolking, en daar kan iedere van ons aan bijdragen (mijn blog en deze essays zijn één van de manieren waarop ikzelf probeer bij te dragen).

We kunnen gemakshalve de ‘schuld’ bij onze politieke vertegenwoordigers leggen, maar waarom zouden die beginnen aan onwaarschijnlijk verregaande transformaties in samenleving en economie zolang een meerderheid van de bevolking enkel méér van hetzelfde wil? Het zou politieke zelfmoord zijn, en daarom kaarten zelfs de groene partijen in Europa op geen enkele manier de échte uitdagingen aan. Zoals een Europees politicus het stelde: “We weten wel wat er nodig is om de klimaatcrisis aan te pakken, we weten alleen niet hoe we daarna ooit nog herverkozen kunnen worden”. Onze politieke instellingen zijn niet alleen heel sterk beïnvloed door de machtige lobby’s en industrieën die meer gewicht in de schaal leggen bij besluitvorming dan u en ik, maar ook voelen ze zich aan handen en voeten gebonden door wat ze menen dat ‘de bevolking’ wenst, en tot nader order lijkt die bevolking niet zozeer wakker te liggen van een komende ineenstorting van klimaat, ecosystemen, en beschaving, dan wel van koopkracht, inflatie, en de mogelijkheden tot het vergroten van bezit en consumptie. Met andere woorden, de meest mensen willen nog steeds vooral méér van die zaken die in hun huidige vorm onhoudbaar zijn, en dat maakt een politieke koersverandering momenteel bijzonder onwaarschijnlijk. Het zou op sociale instabiliteit en zelfs geweld uitdraaien, zoals de beweging van de gele hesjes of de boerenprotesten al aangeven.


Om een grote transformatie te helpen mogelijk maken, moet er véél meer collectief bewustzijn ontstaan over de aard van de toestand waar onze planeet zich in bevindt, de ernst van deze convergentie van ecologische crisissen en de nood aan diepgaande transformaties in alle domeinen van onze samenleving. En dus is het nodig dat informatie over de aard van de crisis waar we ons in bevinden wordt verspreid door zoveel mogelijk mensen op zoveel mogelijk manieren. Ons huis staat in brand, ja, maar het huis is zo groot (een hele planeet), dat één klokkeluider niet genoeg is. Héél veel mensen kunnen mee het nieuws verspreiden dat een tijdperk afloopt en dat een andere manier van denken, voelen, en leven zich aandient. Als we willen dat onze kleinkinderen nog een menswaardig leven zullen kunnen leven, en onze planeet nog een thuis kan zijn voor een bloeiend weefsel van ecosystemen in een levende biosfeer, moeten we deze drang naar maatschappelijke verandering van onderaf belichamen

En zoals informatie zal moeten verspreid worden onder de bevolking om tot een ‘draagvlak’ voor verregaande transformatie te komen, zo zullen nieuwe netwerken en lokale initiatieven zich van onderuit moeten ontwikkelen, en zich gaandeweg ontvouwen als centra van coherentie, eerst lokaal en vervolgens globaal tot netwerken van ‘super-coherentie’. Nieuwe ontwikkelingen in systeemtheorie en quantumfysica vertellen ons dat dit mogelijk is op kortere termijn dan we doorgaans voor mogelijk achten, vanwege bepaalde eigenschappen van dynamische systemen en vanwege het non-lokaal karakter van bewustzijn en ‘entanglement’ van bewustzijnsvelden. Daarover later meer. Daarbij is letterlijk wat élk mens doet van belang. Omdat in het nieuwe beeld dat zich ontwikkelt inzake ons bewustzijn, élk individueel bewustzijn ononderbroken verbonden is met alle andere eenheden van ‘individueel bewustzijn’. Niemand kan zeggen dat de transformatie waar we door gaan hem/haar niet aanbelangt. Zoals John Donne het al lang geleden verwoordde: “No man is an island”, en die oude wijsheid moeten we in de meest letterlijke zin opvatten. Het is in deze meer dan ooit waar (zoals Ernest Hemingway hem quoteerde): “And therefore never send to know for whom the bell tolls; it tolls for thee." Elk van ons maak deel uit van het ‘super-organisme van het collectieve bewustzijn, en elk van ons heeft de capaciteit om daar mede een verandering in te katalyseren. Dat kan voor velen onder jullie als ‘magisch denken’ overkomen, aangezien we collectief nog zozeer in een ander verhaal geloven, maar het is ‘harde wetenschap’ die ons vertelt dat er eigenlijk maar één bewustzijn is. Daarover meer in het negende ‘hoofdstuk’ van deze tekst, ‘Een wonderlijk nieuw panorama’. Deze wetenschap dat bewustzijn zich niet beperkt tot het individu, kan een geweldige katalysator worden voor een nieuw geloof in de mogelijkheden voor diepgaande transformatie van onze wereld, en voor de mogelijkheid dat ieder van ons daar deel van uitmaakt.

Dat betekent niet dat iedereen alles moet laten vallen om ‘milieu-activist’ (een zeer problematisch woord waar ik mezelf alvast niet mee associeer) te worden; het betekent wél dat eenieder van ons uitgenodigd wordt om de eigen plaats in het geheel van onze biosfeer veel meer te gaan voelen en ervaren, het deelgenoot zijn van het grotere systeem weer ten gronde te gaan beleven (iets wat een evidentie was voor onze voorouders), en daar de inherente uitnodiging van Rainer Maria Rilke weer zal horen weerklinken:“Du mußt dein Leben ändern” , “je moet je leven veranderen”.

De manieren waarop eenieder van ons kan bijdragen zijn eindeloos, en zal ik verder verkennen in de reeks blogposts getiteld ‘Hoop’, die je ook op deze website vindt. Maar veranderen moeten we. Wij allemaal, niet enkel ‘het systeem’. Het systeem is tenslotte de optelsom van alles wat we individueel en collectief geloven. En door te veranderen wat we geloven, kan die ‘upward causation’ plaatsvinden, het gaandeweg van onderuit transformeren van onze samenleving tot één die een overlevingskans heeft als integraal en wonderlijk deel van ons gedeelde lichaam, de biosfeer van deze planeet.


Met andere woorden, het zal in de eerste plaats van mensen als u en ik afhangen (en alles wat we in ons individueel bewustzijn doen, doet er dus òòk toe). We gaan met z’n allen de mouwen moeten opstropen en niet wachten op de volgende klimaattop. Verandering zal van onderuit moeten komen. En deze vaststelling is nog veel belangrijker dan de vaststelling dat we met z’n allen minder of geen vlees moeten gaan eten of minder moeten gaan consumeren. Jazeker, we moeten allemaal minder verbruiken van zowat alles: energie, grondstoffen, ruimte,... maar wat het allermeeste telt op dit punt is dat we allemaal kunnen bijdragen aan de verschuiving in bewustzijn die moet gebeuren. Ieder van ons kan bijdragen aan het ontstaan van coherente netwerken die informatie en energie kunnen helpen verspreiden in een proces van onderlinge wisselwerking en ‘upward causation’ oftewel transformatie van het grotere systeem van onderuit. Zowel Ervin Laszlo als Jeremy Lent hebben al die aanzet gegeven tot zulke potentiële netwerken tot transformatie. Meer informatie vind je op de website van ‘The Laszlo Institute’ en de website van Jeremy Lent (met link naar diens ‘Deep Transformation Network’). Charles Eisenstein heeft een aanzet gegeven met het online platform ‘New And Ancient Story’, dat verbindende communicatie combineert met het in contact brengen van ‘verandering-makers’ wereldwijd, op zoek naar een nieuw ‘verhaal’ voor het nieuwe tijdperk waar we in gaan.

Deze nieuwe netwerken zijn enkele van de kiemen van de zich ontwikkelende nieuwe manieren van zelforganisatie op elk niveau van de mondiale samenleving, die verder kan kristalliseren tot een ware beweging voor diepe transformatie, niet enkel van de samenleving maar van het bewustzijn zelf.

Oude systemen van organisatie waren meestal een uiting van één of andere vorm van competitie (het idee van competitie is één van de centrale geloofspunten in ons huidige bewustzijn). De nieuwe systemen zullen coherentie en samenwerking tot doel hebben op elk mogelijk niveau van de wereldwijde samenleving, wat natuurlijk diametraal tegenovergesteld is aan de huidige competitie tussen individuen, groepen, landen en economisch-militaire machtsblokken. En wat ook diametraal tegengesteld is aan de noden van een internationaal kapitalistisch systeem dat noodzakelijkerwijs moet steunen op exploitatie van zowel mensen als grondstoffen, en daardoor onvermijdelijk een globale samenwerking en synergie onmogelijk zal blijven maken (indien we dat kapitalistische systeem niet vervangen door iets anders).



Klimaatmars te Brussel, oktober 2022. Foto: Filip Van Kerckhoven

7 - Een diepe transformatie

Talloze systemen zullen moeten veranderen, en als dit van onderuit dient te gebeuren, moeten wijzelf òòk veranderen, en op een ingrijpende manier. De naam van het netwerk van Jeremy Lent (‘Deep Transformation Network’) alludeert hier al op. Ook het netwerk opgericht door Charles Eisenstein (‘New And Ancient Story’) verwijst naar de transformatie in onze cultuur en bewustzijn die nodig is, en naar het inzicht dat we in de nieuwe verhalen die we creëren om tot een nieuw collectief bewustzijn te komen we de oudste verhalen van de mens gaan herontdekken en opnieuw gaan integreren in ons nieuwe bewustzijn. In onze wereld zijn al overal ingrijpende transformaties aan de gang, waarvan vele 'onder de radar' van onze reguliere media blijven. Talloze initiatieven over de hele wereld verenigen mensen zoals u en ik in nieuwe netwerken die nu reeds landbouw, lokale economische netwerken, gemeenschapsvorming, gezondheidszorg, onderwijs en zoveel meer veranderen. Mensen zetten zich in voor vrijwilligerswerk, regeneratieve landbouw, vluchtelingenhulp, empowerment van minderheidsgroepen, en ontelbare andere vormen van maatschappijveranderend werk die tot nu toe tamelijk onopgemerkt bleven, maar de wereld nu al transformeren. En naast deze talloze initiatieven aan de basis zal er een transformatie in bewustzijn moeten plaatsvinden.

Die transformatie zal diep moeten zijn omdat de essentie van onze problemen diep zit. Ook onze diepste geloofsovertuigingen (eveneens een vorm van systeem) zullen een ingrijpende transformatie moeten doormaken. Dat zal overigens éérst moeten gebeuren: indien de collectieve overtuigingen die geleid hebben tot de machtsstructuren die nu bestaan in de wereld niet eerst een evolutie doormaken, zal elke poging tot transformatie van die machtsstructuren alleen maar leiden tot hetzelfde in andere vorm - zoals we na zowat elke revolutie in de geschiedenis mochten meemaken.

We hebben deze machtsstructuren en economische systemen uitgebouwd gebaseerd op dominantie, extractie en exploitatie omdat dat een weerspiegeling is van wat we geloven, en zo moest omgekeerd wat we geloven over onszelf en onze plaats in het universum bijna noodzakelijkerwijs tot deze structuren en processen leiden. En zo zullen deze huidige processen uiteindelijk noodzakelijkerwijs leiden tot de vernietiging van onze leefwereld en onszelf. Het is als het ware ingebouwd in het programma. En het programma wikkelt zich feilloos af naar dit logische eindpunt momenteel.

Dàt is het ware signaal dat we krijgen door de ‘klimaatcrisis’: we moeten onze overtuigingen veranderen. Het zijn onze overtuigingen die nu bepalen waar we naar de sleutel zoeken. Als we die overtuigingen niet veranderen, heeft elke vorm van of poging tot transitie naar een ‘groene economie’ geen enkele zin of betekenis, en zal de Machine onafwendbaar naar de afgrond blijven ploeteren. Als we het wél doen, hebben we een kans op een wereld die onherkenbaar veel beter zal zijn, en voor alle bewoners van deze planeet een kans op een vervullend leven kan bieden, in homeostase en evenwicht met ons gedeelde lichaam, de biosfeer.


Een verandering van overtuiging, het is makkelijker gezegd dan gedaan. Onze overtuigingen zijn bijzonder hardnekkige beestjes. We identificeren ons ermee, ze geven ons een gevoel van veiligheid en identiteit, we ontlenen er mogelijk ook status, positie en een gevoel van superioriteit aan. En onze collectieve overtuigingen, ook wel ‘paradigmata’ genoemd, zijn zo mogelijk nog weerbarstiger. Zij zijn talloze keren de oorzaak van oorlogen en massamoord geweest. Vaak kiezen we ervoor om iedere tegenstander van het paradigma dat we onderschrijven een kopje kleiner te maken. Niet alleen de collectieve overtuigingen die we ‘religieus’ noemen zijn zulke taaie rakkers, ook de overtuigingen die we als ‘wetenschappelijk’ beschouwen. Ironisch genoeg zijn veel van de overtuigingen die we als ‘wetenschappelijk’ beschouwen fundamenteel religieus van aard en niet gebaseerd op data. En mede daardoor laten ook ‘wetenschappelijke’ overtuigingen zich maar uiterst moeizaam veranderen, zelfs ondanks sluitende proefondervindelijke data of empirisch bewijs. We geloven graag dat wat de mainstream wetenschappelijke gemeenschap en de populaire wetenschappelijke pers ons vertellen overeenstemt met wat wetenschappelijke data aangeven, maar dat klopt vaak niet. Daarover later ook meer. Voorlopig volstaat het te vertellen dat ook de wetenschappelijke gemeenschap zich zo lang mogelijk zal verzetten tegen een verandering van paradigma, een proces dat door Thomas S. Kuhn werd aangetoond in het klassieke werk ‘The Structure Of Scientific Revolutions’ (1962).

Ook op individueel vlak kan het een helse uitdaging zijn om een geloof of overtuiging dat we ons hele leven hebben gekoesterd en waaraan we zekerheid en identiteit hebben ontleend, achter te laten. Weinig zaken in het leven vormen een grotere uitdaging. En daardoor is dit de uitdaging bij uitstek voor iedereen die iets wil doen voor onze planeet en voor de wereldwijde samenleving: laat het toe dat je overtuigingen gaan veranderen, ook de diepst gekoesterde overtuigingen over wie of wat jij bent, en wat de wereld is. In mijn ‘Biosphere Project’ zal ik pogen om zoveel mogelijk informatie te delen over de manieren waarop wijzelf en de wereld niet zijn wat we dachten, maar of die informatie al dan niet zal binnenkomen bij jou, zal ervan afhangen òf en in welke mate jij de mogelijkheid kan toelaten dat je je overtuigingen écht zou veranderen.


Wat je gelooft over jezelf, hangt op het diepste niveau en grotendeels onbewust samen met wat je gelooft over het universum en de materiële werkelijkheid. Wat je gelooft over het universum en de materiële werkelijkheid is grotendeels het gevolg van indoctrinatie, en van het kopiëren van wat je omgeving gelooft. Een eerste voorwaarde om de mogelijkheid tot transformatie van overtuiging toe te laten, is het besef dat het meeste van wat je gelooft, een gevolg is van het feit dat je van kindsbeen af onder druk bent gezet om dàt te geloven en niet iets anders. En vooral het feit dat er op zo’n jonge leeftijd begonnen wordt met dat proces van indoctrinatie (de kleuterschool voor de meesten onder ons, maar in sommige opzichten vanaf dag één ook door de ouders) maakt dat het zo moeilijk is om die indoctrinaties te onderkennen: ze maakten deel uit van de noodzaak aan aanpassing om ons te verzekeren van ouderlijke liefde en goedkeuring van de volwassenen in ons leven. En vooral die dingen die we zijn gaan geloven om ons te verzekeren van ouderlijke liefde (een voorwaarde tot overleven als baby en peuter) zijn een deel gaan uitmaken van alles wat we als onze identiteit beschouwen, en zijn bijzonder moeilijk te veranderen of zelfs maar in vraag te stellen.

Eén van de redenen waarom er zoveel polarisatie en overtuiging-gerelateerd geweld is in de wereld, is het feit dat we ons in bijzonder intense mate identificeren met onze overtuigingen en dan vooral met die overtuigingen die we onbewust moesten aannemen om ons te verzekeren van ouderlijke liefde (de overtuigingen waar ik in deze aan denk zijn zowel subtiel als diepgaand, en zullen verder verkend worden in toekomstige teksten en blogposts - religieuze en levensbeschouwelijke overtuigingen behoren zeker tot de belangrijkste overtuigingen die meestal van kindsbeen af geïndoctrineerd worden, maar in onze seculiere westerse samenlevingen ook de overtuigingen die we het ‘wetenschappelijk materialisme’ kunnen noemen en die een andere vorm van religie vertegenwoordigen).

Indien we tot het inzicht kunnen komen dat we nooit helemaal samenvallen met onze overtuigingen maar altijd vanuit bewustzijn getuige zijn van die overtuigingen (zoals Boeddha en Lao Tzu ons vele eeuwen geleden al leerden), zijn we al een heel eind op weg naar een nieuw bewustzijn, en een oneindig veel betere wereld. Over wat dat precies betekent zullen verdere exploraties volgen in mijn blog en toekomstige project. En eerder dan proberen uitgaan van de overtuigingen die we al een leven lang koesteren omdat ze nu eenmaal opgedrongen zijn (ook al besef je dat momenteel nog niet), kunnen we proberen om alle concepten die we vormen over de wereld van de grond af terug op te bouwen. Zoals fysicus David Bohm het uitdrukte: Als we nieuwe concepten willen ontwikkelen, moeten we als kinderen zijn, die concepten vanaf nul vormen. We moeten niet vertrouwen op de concepten die ons zijn aangeleerd.”

Daarom zal de transformatie waar we doorheen moeten zo ver en zo diep gaan: we gaan al onze ideeën over de wereld aan een verregaand onderzoek moeten onderwerpen, en heel wat van die ideeën die al eeuwenlang het centrum van onze collectieve identiteit vormen, moeten achterlaten.



8 - Trauma

Maar er zijn obstakels op de weg naar deze diepe transformatie. Iets houdt ons tegen en maakt dat we bijzonder onwillig zijn om dit onderzoek naar de relatie van onze overtuigingen en ons bewustzijn aan te gaan - tenminste, ik meen te mogen stellen dat dat geldt voor de meesten onder ons, mezelf inclusief. Deels bevinden die obstakels zich buiten ons in onze levensomstandigheden, en deels bevinden die obstakels zich binnenin onszelf. Voor velen van ons geldt dat we ons liever laten afleiden, en we hebben dan ook een eindeloze variatie aan afleidingen gecreëerd. Een kwartier stilzitten zonder muziek, televisie, internet, krant, smartphone, kruiswoordraadsel, of zonder conversatie... het is moeilijk, laat staan een uur of een halve dag. Het is voor velen onder ons een opgave die we angstvallig vermijden. Zij die mediteren, aan yoga doen of op een andere manier een gewoonte hebben ontwikkeld om zich te centreren wars van elke afleiding, kunnen getuigen over de vele weldaden die zulks brengt voor lichaam en geest, en voor de openingen die dit creëert in een pad van zelfontwikkeling. Maar dat vraagt toewijding, aangezien er nog nooit zoveel permanent aanwezige mogelijkheden tot afleiding zijn geweest. Zoals Thich Nhat Hanh het stelde, we moeten bijna elke minuut van elke dag een besluit nemen om niet in te gaan in deze of gene afleiding. Eén van de redenen waarom zovelen echter toch die semi-permanente afleiding verkiezen, is de angst die we collectief koesteren voor alles wat we gaan aantreffen in een onderzoek naar onze overtuigingen, en in de stilte van een niet-ingevulde tijd die een opening laat voor alles wat er onder het oppervlak van ons dagelijkse bewustzijn sluimert. De meesten onder ons zijn bang om de trauma’s en wonden onder ogen te komen, bang dat dit ons zal verlammen of meesleuren in een neerwaartse spiraal, bang voor afwijzing van naasten in een cultuur die doodsbang is voor pijn, rouw en verdriet, een cultuur die fobisch is voor alles wat met de wonde in ons bewustzijn te maken heeft. Het was voor mij niet anders: het heeft me een groot deel van mijn leven gekost om mijn eigen wonden en demonen onder ogen te zien, en te begrijpen hoe mijn leven door die wonden werd beheerst omdat ze onbewust en onbekend waren.

Dat er veel pijn en verdriet is die collectief onverwerkt zijn, moge duidelijk worden uit volgende vaststelling: depressie is nu een van de leidende oorzaken van ziekte wereldwijd. De commissie van de World Psychiatric Association, een internationale onderzoeksgroep, beschrijft depressie als "een van de belangrijkste oorzaken van vermijdbaar lijden en vroegtijdige sterfte in de wereld" en bestempelt het als een verwaarloosde wereldwijde gezondheidscrisis. Ook de VN hebben onlangs depressie omschreven als dé grootste uitdaging wereldwijd inzake gezondheid en welzijn. Als we naast depressie dan ook nog eens de vele vormen van verslaving meetellen, de schrikbarende toename van stress-gerelateerde chronische ziekten en auto-immuun ziekten, die in overweldigende mate gerelateerd zijn aan psychische oorzaken, dan doemt er een beeld op van een diersoort (de mens) die danig in de knoop zit met zichzelf. En onder die chronische pijn die steeds wijdverbreider lijkt te worden in de wereld, bevind zich een andere laag: die van individueel en collectief trauma, de grotendeels ononderzochte wonden die onze collectieve keuzes in belangrijke mate beheersen, juist omdat ze meestal onbewust zijn.

Ik meen te mogen stellen dat we allemaal in min of meerdere mate getraumatiseerd zijn. Dat we allemaal pijn en kwetsuren meedragen op verschillende manieren en in verschillende lagen. Trauma en persoonlijke pijn zijn inherent aan het menselijke bestaan. Dat lijkt een overbodige vaststelling of gemeenplaats, maar toch is het een gegeven waar we collectief nog steeds maar erg moeizaam mee omgaan. Ik denk dat we gerust kunnen stellen dat onze cultuur als geheel nog steeds trauma-fobisch is. We hebben de neiging om de wonden uit de weg te gaan, individueel en collectief. Maar indien we de wonden onderzoeken en ervaren, kunnen we ervan leren, loslaten en verder groeien. Trauma kan voorkomen op het niveau van het individu, maar ook op het niveau van samenlevingen en culturen. Trauma hoeft overigens niet steeds over dramatische vormen van fysiek of psychologisch misbruik te gaan: trauma kan erg subtiele vormen aannemen en toch een haast ongemerkte rol gaan spelen in de manier waarop we onze relatie tot de wereld definiëren. Zoals auteur en psychotherapeut Resmaa Menakem, auteur van ‘My Grandmothers’ Hands’, het met briljante eenvoud verwoordde:


“Trauma in een persoon, gedecontextualiseerd in de tijd, ziet eruit als persoonlijkheid.

Trauma in een familie, gedecontextualiseerd in de tijd, ziet eruit als familietrekken.

Trauma in een volk, gedecontextualiseerd in de tijd, ziet eruit als cultuur.”


De waarheid die in dit citaat tot uitdrukking komt, is dat we veel van onze eigenschappen op individueel niveau of op collectief niveau verkeerdelijk zien als eigenschappen die van nature bij ons horen. Veel van de eigenschappen die “eruit zien als persoonlijkheid, familietrekken of cultuur” zijn eigenlijk het gevolg van trauma op velerlei niveau’s, en staan juist de expressie van onze essentie in de weg. Maar als er één zaak nog moeilijker is dan het veranderen van diepgewortelde overtuigingen, is het wel het confronteren van trauma in onszelf. Veel mensen doen een leven lang hun uiterste best om de eigen wonden te ontwijken, en bouwen een hele persoonlijkheid rond de manieren waarop ze dat doen. En hetzelfde doen we op collectief niveau, van generatie op generatie.

En dat is dan ook wat we collectief én individueel zullen moeten aangaan: het opzoeken van de wonde en die helemaal leren kennen, er ons mee verzoenen, ze ten volle voelen, en dan loslaten en transformeren. Het is mogelijk één van de voorwaarden om te komen tot de broodnodige verandering van collectieve overtuigingen die we moeten initiëren. Trauma op collectief en intergenerationeel niveau is een enorm onderwerp, dat nog in de kinderschoenen staat en dat ik ook verder zou willen verkennen in mijn omzwervingen in wereld en in bewustzijn in de komende jaren. Dat het onderwerp leeft, moge duidelijk zijn uit de respons die de film ‘The Wisdom Of Trauma’ mocht ontvangen in de hele wereld. Maurizio en Zaya Benazzo, het echtpaar die ook het platform Science And Nonduality hebben opgericht, leverden met deze film een hoognodige en toegankelijke film af over de eindeloos gevarieerde manieren waarop trauma werkzaam is in ons leven - en hoe het confronteren van onze wonden net de genezing kan mogelijk maken waar we naar verlangen. Eerder dan de wonde te blijven ontlopen, moeten we die tegemoet treden en weer echt gaan voelen. De film focust op Gabor Maté, de wereldvermaarde Canadese arts, therapeut en trauma-expert van Hongaarse afkomst, en zijn levensweg en levenswerk met trauma in alle mogelijke gradaties en varianten. Zaya en Maurizio reizen met hun film de wereld rond, en overal trekken de vertoningen onverhoopte menigten toeschouwers aan en lokt de film bijzonder intense en hartsgevoelde reacties uit. De tijd is aangebroken voor het ons vertrouwd maken met trauma, op alle mogelijke niveau’s, dat maakt de massale respons op dit prachtige werk overal ter wereld wel duidelijk. Want als er iets is dat alle mensen op aarde verbindt, is het naast liefde en humor ook onze verwondingen. Maar die wondes kunnen ook de plaats zijn waar we een weg naar heling ontdekken, en de ware aard van ons zelf.


Zoals de grote auteur en herontdekker van mythes Michael Meade het zegt: "Het water van onze diepste problemen is ook het water van onze eigen oplossing", of "Onze grootste gaven en diepste wonden reizen in hetzelfde gebied".


Onszelf vertrouwd maken met de wonde, eerder dan die ontlopen, is een voorwaarde om te komen tot een betere wereld. Daarbij zijn ook de collectieve en intergenerationele trauma’s van belang, die momenteel vaak in de blinde hoek van ons collectieve bewustzijn sluimeren. Het onderzoek van de wonde is, met andere woorden, één van manieren waarop we kunnen stoppen met het zoeken van de sleutel op de verkeerde plaats, enkel en alleen omdat daar nu eenmaal de lantaarn staat en daar meer licht schijnt.


Zonsondergang en maan, provincie Somogy, Hongarije. Foto: Filip Van Kerckhoven



9 - Cynisme, overtuigingen en hoop

Maar zoals ik in juni al aangaf in deel één van dit essay, is dàt besef toelaten (van de mogelijkheid van een veel bétere wereld) voor velen onder ons al even moeilijk als het echt toelaten van het besef van de jammerlijke toestand van onze planeet momenteel. De innerlijke cynicus is voor de meesten van ons een zeer krachtig ontwikkeld wezen die zich niet zo makkelijk gewonnen zal geven. We zijn zò gehard in dat cynisme dat we het niet eens meer opmerken als zijnde dat: cynisme. Het is voor onze samenleving de normale en alomtegenwoordige modus operandi geworden, iets wat we pas kunnen zien als we een contrast beleven met een andere manier van zijn, zoals wanneer we de modus operandi kunnen beleven van een àndere, minder cynische cultuur (meestal die culturen waar materieel bezit een minder bepalende factor in het bestaan is). Dat is overigens één van de redenen waarom reizen in tijden van biosfeercrisis zo belangrijk blijft, waarom we andere delen van de wereld moeten blijven bezoeken, en waarom dat een waardevolle investering van energie blijft òòk in een wereld waarin het algemene energieverbruik drastisch omlaag zal moeten. Maar de instelling van waaruit we aan een reis beginnen, zal wel anders moeten zijn. Daarover volgt trouwens meer in een ander essay, dat dan ook die titel zal hebben (‘Reizen in tijden van biofeercrisis’).

Het idee van een betere wereld roept voor veel mensen al snel een grondige weerstand op, vanuit een diepgeworteld ongeloof dat dingen nog fundamenteel ten goede kunnen keren, of dat een fundamenteel goede wereld tot de mogelijkheden behoort. Verwijten als ‘naïef’, ‘wereldvreemd’, ‘onrealistisch’ worden al snel in geschut gebracht als iemand wijst op de mogelijkheid dat er een mooie wereld op ons wacht. We hebben zeer sterke overtuigingen over de fundamentele aard van de mens (‘egoïstisch’, ‘wreed’,...) die samenhangen met overtuigingen die we koesteren over de aard van het leven en de aard van het universum (zinloos, louter toeval, een verzameling richting- en betekenisloze interacties tussen onbezielde materiële krachten, zonder doel,...). En deze overtuigingen maken net deel uit van de geloofsstructuren die we gaan moeten veranderen.


Rutger Bregman, auteur van het meesterlijke ‘De Meeste Mensen Deugen’, verhaalt hoe hij overal op ongeloof, spot en weerstand botste toen hij mensen vertelde dat hij een boek wilde schrijven over de fundamenteel goede aard van de mens. We gaan eerder in Sinterklaas geloven dan in het goede in de mens, of in de mogelijkheid dat we meer zijn dan vlees-robots bestuurd door egoïstische genen.

De wortels van die overtuigingen gaan heel erg diep, en bevinden zich meestal buiten ons waarnemingsveld. We denken graag dat die overtuigingen gebaseerd zijn op wetenschap en empirisch bewijs, maar niets is minder waar. Integendeel, er zijn veel meer data die wijzen in de richting van een mensheid die fundamenteel geëvolueerd is voor samenwerking, en voor wat we het ‘goede’ kunnen noemen.

We geloven doorgaans dat het universum louter toevallig ontstaan is, zonder zin of betekenis, en dat alles in het universum gebeurt door zielloze interactie tussen blinde krachten. Er zijn echter veel meer data die wijzen in de richting van een doelgerichte evolutie in het universum (én in het bewustzijn) in de richting van ‘super-coherentie’, oftewel maximale afstemming en harmonie tussen alle delen op alle niveau’s van organisatie).

We geloven graag dat onze soort een gevolg is van ook weer louter toevallige samenlopen van omstandigheden en willekeurige toevallige mutaties in de genen van organismen die enkel en alleen op overleven en eigenbelang uit zijn. Er zijn echter veel meer data die wijzen op een richting in evolutie die allesbehalve toevallig is (en dat statistisch gezien ook niet kàn zijn). En vanuit systeemtheoretisch standpunt wijst heel veel erop dat onze soort niet zonder reden bestaat en een belangrijke rol te vervullen heeft in deze evolutie in de richting van ’super-coherentie’, vanwege de aard en het potentieel van ons bewustzijn (quantum fysica leert ons dat bewustzijn een voorwaarde is voor het bestaan van enigerlei soort ‘werkelijkheid’. Er is geen ‘buitenwereld’ mogelijk zònder bewustzijn - daarover later meer). We bestaan niet zomaar.


Maar dat stellen, is vloeken in de kerk van onze huidige overtuigingen over de essentiële zinloosheid en betekenisloosheid van alles. Je moet al durven, om nog maar aarzelend te suggereren dat het bestaan van de mens geen toeval is en dat wij ten gronde geëvolueerd zijn voor optimale expressie van samenwerking en synergie, en met een doel in het grotere plaatje. Het is heiligschennis in de kerk van het wetenschappelijk materialisme, de religie die we gecreëerd hebben en waarvan we denken dat die op wetenschappelijk ‘bewijs’ rust maar dat allerminst doet.

En daar komen we weer bij die noodzaak aan diepe transformatie uit; de overtuigingen die ons bewust en onbewust doordringen en ons doen geloven dat alles eigenlijk zinloos toeval is in een dood universum, die overtuigingen zijn aan verandering toe. En zoals ik al stelde zal net de wetenschap ons daarbij helpen, omdat het beeld dat begint te ontstaan in het nieuwste wetenschappelijke onderzoek juist wijst in de richting van alles wat we nu niet (durven) geloven: dat zowel de aard van het universum als de aard van de mens evolueren in een richting en met een doel. Dat het wonderbaarlijke feit dat we bestaan ertoe doèt.


Onze (foutieve) overtuigingen over de aard van de mens en het leven vormen een grote hinderpaal om te geloven in de mogelijkheid van een betere wereld. De meesten onder ons geloven dat de wereld een zielloze arena is waar egoïstische krachten strijden om het eigenbelang, en waar dat niet doen een teken van zwakte is. De toekomst zien we vaak als een eeuwigdurend strijdtoneel waar steeds meer mensen zullen vechten om te overleven in een wereld die steeds minder te bieden zal hebben. Met als gevolg dat de strijd bitterder en wreedaardiger belooft te worden, aangezien steeds meer individuen gaan wedijveren om steeds minder ‘resources’: energie, voedsel, water, land,...

In een wereld waarin we de verdere ineenstorting van ecosystemen mogen verwachten en de bijbehorende catastrofale gevolgen voor onze samenlevingen, is er in dat verhaal bijgevolg weinig reden tot hoop.

Een wereld waarin we weinig hoop hebben op een betere toekomst, nodigt al helemaal niet uit tot het onderzoeken van de aard en de omvang van de ecologische crisis waar we ons nú in bevinden. Integendeel, als de zaak eigenlijk toch al redelijk hopeloos (en uiteindelijk zinloos) is, waarom ons dan nog eens verdiepen in hoé fout alles momenteel al loopt? Het zal er zeker niet beter op worden, nietwaar? We zijn dan ook collectief geneigd om niet teveel na te denken over de toekomst, en mede daardoor zijn we ook niet erg geneigd om de ernst van de huidige toestand van de planeet echt binnen te laten.

Maar de toestand vraagt om een àndere manier van waarnemen, een andere manier van denken, een ander verhaal dan dat van cynisme en wanhoop. Om ons een betere toekomst zelfs maar te kunnen voorstellen, worden we uitgenodigd om onze overtuigingen dus aan een nader onderzoek te onderwerpen, en heel vaak levert dat verrassende nieuwe perspectieven op.


10 - Een wonderlijk nieuw panorama

De weg naar het transformeren van ons bewustzijn en het ontwikkelen van een nieuw paradigma is al ingezet, door vele uitmuntende denkers, filosofen, schrijvers, kunstenaars, psychologen, therapeuten, zieners, en wetenschappers, vanuit de bovengenoemde vaststellingen over evolutie in het universum en in het bewustzijn. Overal ter wereld worden stappen gezet in het ontwikkelen van dit nieuwe wereldbeeld en van een nieuwe manier van denken en voelen omtrent onze relatie met onze leefwereld en het universum.

En vele van die nieuwe perspectieven - dus ook in de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen- zijn buitengewoon fascinerend, hoopgevend, en ook eenvoudigweg heel mòòi in de manier waarop ze het beeld van ons universum en onze plaats daarin in een nieuw licht beginnen te plaatsen. Ik heb al terloops enkele van deze nieuwe inzichten vermeld: onverwachte en verrassende eigenschappen van dynamische systemen, ‘quantum-entanglement’ van zowel materie als bewustzijn buiten tijd-ruimte causaliteit om, bewijzen voor de evolutie in de richting van ‘super-coherentie’ op elk niveau van de werkelijkheid, van sub-atomaire deeltjes over moleculen, cellen, organismen, soorten, samenlevingen, ecosystemen tot planetaire systemen en de kosmos als geheel, de aanwijzingen voor gerichte sprongen in evolutie die een ‘intelligentie’ veronderstellen en de wederzijdse beïnvloeding van omgeving en organisme, de zeer verrassende en fascinerende interacties tussen materie en bewustzijn, de vaststelling van non-lokale verstrengeling van ‘individueel’ bewustzijn en non-lokale overdracht van informatie, de vaststelling dat het universum ontstaan is in en deel uitmaakt van iets dat ouder is dan de Big Bang enzovoort. Indien dit alles je nogal onbekend, onwaarschijnlijk of onbegrijpelijk overkomt, is dat niet verwonderlijk: deze informatie bereikt nog maar zelden de plaats onder de lantaarn waar we naar de sleutel zoeken. In een komende reeks essays zal ik verder ingaan op een aantal van deze inzichten, die de basis vormen van een nieuw besef van wat de kosmos eigenlijk is, en wie of wat wijzelf eigenlijk zijn (of kunnen zijn).

Nog maar weinig van deze nieuwe perspectieven en wetenschappelijke doorbraken vinden dus hun weg naar de mainstream media, omdat deze media uiteindelijk eerder behoudsgezind zijn, intellectueel weinig risico nemen, en bovenal zelf deel uitmaken van de systemen die moeten veranderen.

Onze mainstream media zijn allemaal commerciële ondernemingen die het paradigma van competitie, economische groei en exploitatie niet ongunstig gezind zijn. Ze functioneren zelf in dat paradigma, en zullen het zelden fundamenteel in vraag stellen. Media die nog in handen zijn van de overheid worden veelal gedwongen te opereren volgens de logica en het paradigma van commerciële bedrijven, en hebben weinig ruimte voor een fundamenteel andere aanpak.

Bovendien ontstaan onze mainstream media binnen een verhaal, dat we de ‘standaard consensus realiteit’ kunnen noemen. Dat verhaal ontleent zijn kracht en legitimatie aan de alomtegenwoordigheid ervan, aan de manier waarop het schijnbaar overal dominant is, en aan de dynamiek waardoor het fenomeen van groepsdenken die ‘standaard consensus realiteit’ steeds versterkt. Op deze manier fungeren de mainstream media vaak als een echokamer waarin enkel die dominante verhalen doorklinken. Voor een potentieel ander verhaal, of zelfs maar voor elementen die kanttekeningen plaatsen bij dat verhaal, moet je meestal elders ten rade gaan.

Perspectieven die meer ingebed zijn in de dominante wetenschappelijke, culturele en economische paradigmata zullen altijd meer weerklank vinden in de ‘corporate media’ en hun evenknieën in de openbare televisie- en radiozenders. Dat is een vaststelling die betreurenswaardig is omdat de snelle verspreiding van deze nieuwe inzichten wel eens centraal zou kunnen blijken in de transformatie waar we door moeten gaan. Wat één van de redenen is waarom ik ook in deze blog veel aandacht wil besteden aan de komende paradigma-verschuivingen: het is mijn bescheiden bijdrage aan het helpen verspreiden van deze nieuwe inzichten die de kiem kunnen vormen van een nieuw wereldbeeld.


Als het gaat over het veranderen van overtuigingen, zijn veel van onze vaststaande ideeën over de aard van de werkelijkheid en de aard van het bewustzijn dus aan een grondige verandering toe. Zoals al gezegd geloven we graag dat wat de traditionele wetenschappelijke modellen en overtuigingen ons vertellen altijd gestoeld is op empirisch wetenschappelijk ‘bewijs’. In veel gevallen is dat dus echter niet zo.

In de wetenschappelijke wereld kristalliseren overtuigingen zich aanvankelijk rond data en waarneming, maar vanaf een bepaald punt worden deze overtuigingen dogmatisch, wat wil zeggen dat ze niet langer in vraag kunnen gesteld worden. Het woord dogma doet aan religie denken en dat klopt: overtuigingen in het domein van de wetenschap kunnen fundamenteel religieus van aard zijn. Eens een wetenschappelijke overtuiging de status van dogma krijgt, wordt het bijzonder moeilijk om als wetenschapper nog de mogelijkheid te krijgen om onderzoek te verrichten in een domein dat strijdig lijkt met dat dogma. Beurzen en publicatiemogelijkheden zijn dan plots buiten bereik, en de ‘officiële’ publicatiekanalen van de wetenschappelijke gemeenschap weigeren resultaten naar buiten te brengen die niet passen binnen de geldende paradigmata, ook al zijn deze resultaten gebaseerd op gedegen onderzoek.

De mainstream media en populaire wetenschappelijke pers zullen nagenoeg altijd de lijn volgen van de ‘officiële’ wetenschappelijke publicaties, en zullen daardoor nagenoeg altijd een soort echo-kamer vormen voor de dominante overtuigingen van de tijd, ook al zijn er sterke aanwijzingen of sluitend bewijs voor andere modellen. Dat maakt dat onze samenleving als geheel niet goed geïnformeerd is over de nieuwe ideeën en modellen die zich ontwikkelen over de aard van het bewustzijn en de aard van het universum, ook al zijn er zeer veel instellingen en individuele onderzoekers die daarover dus heel verrassende nieuwe stellingen naar voren schuiven.


Laten we enkele overtuigingen onder de loep nemen waarvan we gewoonlijk aannemen dat ze ‘bewezen’ en ‘wetenschappelijk’ zijn, en die door weinig mensen in vraag worden gesteld. Bijvoorbeeld het idee dat het universum begon met de Big bang en dat er daarvoor niets was: fout. Het idee dat evolutie verloopt volgens willekeurige toevallige mutaties die louter door toeval een betere overlevingskans bieden voor het organisme: fout. Het idee dat ons bewustzijn een bijverschijnsel is van elektrochemische reacties in de hersenen: fout. Het idee dat bewustzijn niet kan bestaan buiten de hersenen: fout. Het idee dat objectieve waarneming van de ‘werkelijkheid’ mogelijk is en wetenschappelijke proefopstellingen een fundamenteel objectieve kijk bieden op die externe werkelijkheid: fout. Het idee dat ‘natuurwetten’ onveranderlijk zijn: fout. (Als ik zeg ‘fout’ bedoel ik dat wetenschappelijk verkregen data overtuigend wijzen in een heel andere richting en naar heel andere modellen.)

Ik zal in toekomstige teksten en blogposts dieper ingaan op al deze bovengenoemde geloofsartikelen. Voor wie geïnteresseerd is in de nieuwe inzichten die opdoemen in kosmologie: een goede introductie zijn ‘Science And The Akashic Field’ en ‘De Intelligentie Van de Kosmos’, twee werken van de hand van wereldvermaard grondlegger van de systeemfilosofie en wetenschapper Ervin Laszlo, tweemaal genomineerd voor de Nobelprijs en al decennia aan het werk voor de Verenigde Naties, mede-auteur van het rapport van de Club Van Rome, en oprichter van het ‘Laszlo Institute For New Paradigm research’ en van de Club Van Boedapest. Beide werken geven een toegankelijke inleiding tot de nieuwe inzichten die wereldwijd in ontwikkeling zijn en gaandeweg ons begrip van zowat àlles gaan transformeren.

Niet toevallig heb ik enkele van de diepstgewortelde overtuigingen aangehaald die ons huidig paradigma en wereldbeeld sterk bepalen. Voor de meeste mensen gaat het om vanzelfsprekendheden die niet of amper in vraag worden gesteld. Geloofsartikelen die boven enige twijfel verheven zijn. Hoe ironisch is het dat net de wetenschappelijke methode zélf deze geloofsovertuigingen onderuit aan het halen is. Wat overigens niet betekent dat de wetenschappelijke gemeenschap dat zonder slag of stoot zal laten gebeuren: zoals Thomas S. Kuhn aantoonde in ‘The Structure Of Scientific Revolutions’ , zijn klassieke studie terzake, zullen de diep gewortelde overtuigingen in de wetenschappelijke gemeenschap zich weren als duivels in een wijwatervat alvorens ze zich gewonnen geven.


De veranderingen van perspectief die zich aandienen zijn dan ook verregaand. De laatste keer dat een verandering van perspectief en overtuiging zich op deze manier en op deze schaal voordeed, was de ontwikkeling van het idee dat de Aarde om de zon draait, eerder dan andersom. Vanaf de eerste introductie van dit idee door Nicolaas Copernicus, de verdere uitwerking door onder andere Giordano Bruno, Johannes Kepler en Galileo Galilei, tot de uiteindelijke aanvaarding ervan door de wetenschap én de religieuze gemeenschap, verliepen meerdere honderden jaren. Bruno eindigde op de brandstapel, en Galilei herriep aanvankelijk onder druk zijn theorie om een gelijkaardig lot te voorkomen. Het Ptolemeïsche model dat in de Middeleeuwen heerste, en dat de Aarde in het centrum van het heelal situeerde, maakte deel uit van de wereldse en religieuze overtuigingen die vorm gaven aan een hele beschaving en het fundament vormden van de Middeleeuwse samenleving, hiërarchische orde en wereldbeeld. En dat is vandaag niet anders. Ook nu zijn we doordrongen van een cluster overtuigingen over de aard van het heelal en onze plaats daarin, die ook nu mede de basis vormen van onze wereldorde, economie, hiërarchische organisatiemodellen, en onbewust ook van ons persoonlijk gevoel van en ideeën over identiteit tot op het meest wezenlijke niveau.

Zoals al gezegd kan ook deze hedendaagse cluster van overtuigingen, die we een ‘meta-paradigma’ noemen, in wezen religieus van aard genoemd worden, hoewel we er dus van overtuigd zijn dat het allemaal puur wetenschappelijk bewezen ‘feiten’ zijn. Net zoals in de tijd van Copernicus en Galilei stapelt het bewijs zich op dat niets is wat we tot dusver dachten. En net zoals in die tijd, zal de heersende overtuiging zich uit alle macht verzetten tegen de nieuwe inzichten en de omwenteling die die zullen veroorzaken. De ‘ketters’ van vandaag worden weliswaar niet meer tot de brandstapel veroordeeld, maar worden op andere manieren gemarginaliseerd of monddood gemaakt in de wetenschappelijke organisaties, hiërarchieën en de wetenschappelijke publicatiekanalen. Maar net zoals bij de vorige paradigmaverschuiving van die grootteorde, zal de overweldigende hoeveelheid data en waarnemingen die wijzen in een heel andere richting uiteindelijk onvermijdelijk de heerschappij van ons ‘meta-paradigma’ doen kantelen. Dat zou alleen veel sneller moeten gebeuren dan de vorige keer, want deze keer hangt ons overleven ervan af, in de meest letterlijke zin van het woord.




Strand bij laagtij, Zeeland, Nederland. Foto: Filip Van Kerckhoven




11 - Een ecologie van bewustzijn

Deze nieuwe ontwikkelingen in het transformeren van ons bewustzijn, onze geloofsstructuren, en onze overtuigingen volgens dewelke we betekenis geven aan de wereld, zullen dus ook het onderwerp zijn van toekomstige blogposts en essays in deze reeks. Het is een verkenning die voor mij centraal staat in mijn eigen project. Deze interesse in onze overtuigingen is een natuurlijk gevolg van mijn werk als beeldend kunstenaar, dat ook als centrale focus de relatie tussen onze overtuigingen en onze waarnemingen had. En het is ook een gevolg van mijn levenslange fascinatie met zowel religie, Oosterse filosofie, en ‘onze’ wetenschap, dat wonderlijke maar vaak misbegrepen instrument waarvan we op zijn beurt een religie hebben gemaakt. Het kan vreemd lijken dat ik als wat sommigen een ‘milieu-activist’ noemen (een woord waar ik niet van houd, waar ik mezelf als zeker niet mee identificeer, en dat voor mij eigenlijk vooral misvattingen meebrengt ) meer bezig schijn te zijn met geloofsovertuigingen dan met hernieuwbare energie, koolstoftaksen, protestacties tegen oliemaatschappijen, of het promoten van veganisme. Dat zijn allemaal uiterst belangrijke onderwerpen, maar ik ben er (met vele anderen) echter hoe langer hoe meer van overtuigd, dat het voornaamste ‘ecologische’ werk zich ook in ons eigen bewustzijn moet afspelen. En dat deze ‘ecologie in bewustzijn’ elke succesvolle transformatie van onze mondiale samenleving moet voorafgaan of tenminste gelijktijdig ermee moet plaatsvinden.

Waarom moet er eerst òf gelijktijdig gewerkt worden aan een ‘ecologie in bewustzijn’? Dat is een vraag die misschien de kern uitmaakt van wat ik wens te doen de komende jaren. Waarom geloven dat er geen afdoende manier is om deze uitdagingen tegemoet te treden zonder ook in ons eigen bewustzijn te gaan ‘werken’? En wat betekent dat concreet? Dat hangt samen met wat we al even aangeraakt hebben in het vorige hoofdstuk. Om onze situatie in de ‘buitenwereld’ te begrijpen, moeten we tezelfdertijd de situatie in de ‘binnenwereld’ anders gaan zien en vooral beter leren kennen. De ‘buitenwereld’ en de ‘binnenwereld’ zijn namelijk één en dezelfde.

De wetenschappelijke data wijzen erop dat er geen fundamentele scheiding is tussen ons bewustzijn en wat we waarnemen als ‘materiële werkelijkheid’. Zonder te ver vooruit te lopen op de zaak, kunnen we voor nu stellen dat ons bewustzijn volgens quantumfysica onverbrekelijk is verbonden met die ‘buitenwereld’ (‘buitenwereld’ is dus eigenlijk een foute term maar gemakshalve gebruik ik die).

De ‘buitenwereld’ en ons bewustzijn zijn beide aspecten van één enkele essentie, één onderliggend veld (dat kwantumfysicus David Bohm de 'Implicate Order' noemde en Ervin Làszlò het 'A-veld'). Dat maakt dat alle processen die zich in de ‘buitenwereld’ afspelen eigenlijk een weerspiegeld proces in ons eigen bewustzijn vertegenwoordigen en omgekeerd. Zolang we in de ‘buitenwereld’ bepaalde zaken gaan isoleren, er een oordeel op ontwikkelen, en die proberen te veranderen, te onderdrukken of te elimineren, zonder tegelijkertijd die processen te herkennen in ons eigen bewustzijn, zal elke actie te kort schieten of andere, evenzeer ongewenste gevolgen hebben.

De ouden wisten het al: ‘As Above, So Below’. En zo ook: ‘As Outside, So Inside’. Zolang we proberen als ‘goede’ klimaatactivisten (of als activist in eender welk domein) de ‘slechten’ te identificeren, ze aan te klagen, en ze op alle mogelijke manieren proberen te ‘verslaan’, zonder dat we erkennen dat alles wat die ‘snoodaards’ creëren ook in ons eigen bewustzijn gecreëerd wordt, zullen we van één strijd in de andere terecht komen, en zullen de polarisering en haat in onze wereld enkel toenemen.


Quantumfysica leert ons dat er slechts één bewustzijn is (zoals fysicus Erwin Schrödinger, bekend van de paradox van Schrödinger’s kat, het stelde: “The total number of minds in the universe is one”.

Ons individuele bewustzijn, voor zover dat individueel is, is te vergelijken met een zwam die de bovengrondse individuatie is van een oneindig ondergronds netwerk of mycelium.

Alles wat in elke vorm van een ander individueel bewustzijn in de ‘buitenwereld’ gebeurt, kent een aspect dat in ons eigenste persoonlijke bewustzijn ook plaatsvindt. Wij hebben deel aan alles wat bewustzijn creëert, en ons bewustzijn creëert een spiegelende representatie van alles wat in dat grotere bewustzijn ontstaat en kan ontstaan.

Er is geen enkel fenomeen in bewustzijn dat niet gedeeld wordt door ons allen. Daarom weten we dat er ook geen vorm van ‘kwaad’ bestaat die niet òòk in ons individueel bewustzijn bestaat. Elk aanwijzen van een ‘kwaad’ in de buitenwereld, of dat nu hebzuchtige bedrijfsleiders, corrupte politici of op één of andere manier tekort schietende medeburgers betreft, vormt een uitnodiging om diezelfde tekortkomingen in onszelf op te sporen. Het is een oefening die ons voortdurend beschermt tegen een vals gevoel van superioriteit, tegen zelfingenomenheid, fanatisme. Ze beschermt ons ook tegen elke vorm van het ontmenselijken van de ander, hoe fout, weerzinwekkend of afkeurenswaardig die ander ons mogelijk ook voorkomt.

Bovendien is het telkens een aanzet tot eigen ontwikkeling en groei, daar waar een veroordeling van ‘de ander’ zònder deze oefening eerder een rem is op dat proces: we stoppen met het onderzoeken van zowel de ander als onszelf. We barricaderen ons in het oordeel en de afwijzing. We missen de kans tot een grotere integriteit in ons eigen wezen, en tot een beter begrip van de beweegredenen van die ander.

Indien we écht gaan aanvaarden dat er slechts één bewustzijn of Mind is in het universum, zoals quantumfysica ons voorhoudt, dan is dat meteen een uitnodiging tot een nieuw niveau van empathie, mededogen en vergevingsgezindheid. De realisatie dat élk fenomeen in de ‘buitenwereld’ ook een equivalent heeft in ons eigen bewustzijn, en dat élk oordeel dat we hebben op iets of iemand in wezen de projectie is van een eigenschap van jezelf die je niet wil ervaren of erkennen (meestal ook een wonde die niet ten volle ervaren is en grotendeels onbewust is gebleven - zie ‘hoofdstuk’ 8), is als we die consequent toepassen en in het centrum van ons bewustzijn houden een buitengewoon krachtig kompas: het houdt ons op koers naar méér communicatie, harmonie, begrip, dialoog, samenwerking, en synergie, allemaal zaken die we heel erg nodig gaan hebben.

Bovendien is er nog een aspect aan het verbonden zijn van elk individueel bewustzijn met de ‘buitenwereld’ én met elk ander individueel bewustzijn: energie en informatie kunnen zich non-lokaal (wat wil zeggen zonder tijdsverloop en zonder gebruik te maken van de klassieke chemische of electromagnetische signalen of energiekanalen) verspreiden van het ene bewustzijn naar het andere, en van de ene groep naar de andere, ook zonder dat daar communicatie in deze tijd-ruimte dimensie aan te pas komt. Dit fenomeen van quantum-entanglement van bewustzijn is meermaals proefondervindelijk vastgesteld in laboratoria wereldwijd.

Het fenomeen van non-lokale overdracht van informatie en energie betekent ook dat individuen kunnen bijdragen aan ‘bewustzijnsvelden’ die in een bepaalde richting evolueren. Ook daarover meer in toekomstige teksten. Wie nieuwsgierig is verwijs ik graag door naar het werk van wetenschappers als de al eerder genoemde Ervin Laszlo, Amit Goswami, Rupert Sheldrake of Peter Russell.

Non-lokale bewustzijnsvelden kunnen door eenieder van ons beïnvloed worden, aangezien er geen onderscheid is tussen ons individueel bewustzijn en het ene universele bewustzijnsveld. De energie en intentie die jij creëert heeft dus in elk geval een effect, en kan het collectieve energieveld verder helpen evolueren. Dat wetenschappelijk aangetoonde fenomeen is bijzonder bekrachtigend voor ons gevoel van zin en motivatie. We zijn geen hopeloos geïsoleerde entiteiten in een universum dat een arena is voor robotjes van vlees en bloed die enkel het eigenbelang nastreven in een dood heelal. We zijn allemaal bronnen van energie in het universele veld van bewustzijn, en wat elk van ons doet, doèt er ook toe. Hoe je met je eigen bewustzijn omgaat kan dus een sterke invloed uitoefenen op het collectieve bewustzijnsveld en op de energie van collectieve intenties. En het is daartoe niet nodig dat je alles laat vallen en ‘milieu-activist’ wordt: je zal doen wat jòu te doen staat, en dat kan in een ander domein plaatsvinden dan het ‘klimaat-activisme’. Aangezien alle grote problemen van onze tijd systemische problemen zijn en met elkaar verbonden zijn zoals Fritjof Capra zegt, zal je werk het doel dienen.

Dit ‘ecologische werk’ in het eigen bewustzijn kan op velerlei manieren plaatsvinden. Elke persoonlijke praktijk die een individueel bewustzijn meer in coherentie brengt met de eigen levensenergie kan een eerste stap zijn, of dat nu yoga is of meditatie of ander bewustzijnswerk. ‘Yoga voor het klimaat’? Dat kan een vreemde redenering lijken. Maar dat lijkt vreemd alleen omdat we zo grondig geïndoctrineerd zijn in een wereldbeeld waarin er geen verband is tussen bewustzijn en materie, en tussen individueel bewustzijn en universeel bewustzijn. Een wereldbeeld dat dus ook in de recentste wetenschappelijke ontwikkelingen fundamenteel onjuist en voorbijgestreefd blijkt te zijn.

Nogmaals: aangezien het fenomeen van ‘quantum-entanglement’ bewijst dat ons individueel bewustzijn ononderbroken en ondeelbaar verbonden is met het collectieve bewustzijnsveld, en dat ons collectief bewustzijn en wat we doorgaans de ‘materiële werkelijkheid’ noemen beide verschillende trillingsfrequenties in één en hetzelfde veld zijn, kan elke verandering in individueel bewustzijn een invloed uitoefenen op het collectieve bewustzijn. Daaruit volgt niet meteen dat het voor iedereen voldoende is om aan yoga of meditatie te doen om een bijdrage te leveren aan een collectieve evolutie in bewustzijn en samenleving. Hoewel dat voor sommigen dat misschien wél het geval zal zijn. Maar daaruit volgt wél dat elke scheiding die we maken tussen zelf en wereld een illusie is. Wat je verandert in je eigen bewustzijn, heeft een effect op de wereld. En wat we als ‘fout’ beoordelen in de wereld, heeft een equivalent in onszelf.

Wat we ontdekken in onszelf als spiegeling van wat we veroordelen in de wereld, kan een bijzonder krachtig proces van transformatie initiëren, zowel voor jezelf als voor de wereld. En dit blijvende besef lijkt me buitengewoon belangrijk, ook om zoals eerder gesteld niet in de valstrik van ‘goed versus kwaad’ te trappen: de ‘goede’ milieu-activisten tegen de ‘slechte’ oliebedrijven, bijvoorbeeld. Goed-kwaad tegenstellingen zijn ook ingebed in onze oude overtuigingen, en helpen ons niet om naar een nieuw begrip van onze situatie te evolueren.


Om dit in de praktijk te brengen, vind ik volgende oefening heel nuttig. Het is een oefening die ik bijna dagelijks doe, telkens ik merk dat ik een oordeel op iets of iemand heb, of een bepaalde groep of instelling begin te zien als ’slecht’.

De oefening is eenvoudig maar daarom niet makkelijk: telkens ik een oordeel op iets of iemand in de ‘buitenwereld’ voel ontstaan in mijn bewustzijn, probeer ik er dus van uit te gaan dat het proces in de buitenwereld waar ik een oordeel op heb, zich òòk in mezelf afspeelt, misschien op een ander niveau of met een andere intensiteit, maar in essentie op dezelfde manier.

Ik neem dan even de tijd om mijn gedachten én mijn hart te focussen op wàt het precies is dat mijn oordeel omvat. Welk aspect van de persoon, instelling of situatie die ik veroordeel is het onderwerp van mijn afwijzing? Op welke grond wijs ik dat aspect af?

Vervolgens, als ik het object van mijn oordeel of afwijzing wat nauwkeuriger in kaart heb gebracht, zal ik proberen dat aspect van mezelf dat wezenlijk hetzelfde doet of vertegenwoordigt als datgene wat ik veroordeel, te ontdekken in mijn eigen bewustzijn. Het gaat er dan niet om om daar lang over te gaan nadenken: het is eerder een kwestie van voelen, van gewaarworden. Het gaat erom je bewust te worden van de energie die het oordeel oproept, en het bewust worden van de energie in jezelf die daarmee correspondeert.

Meestal duurt dat proces niet zo lang, en ik vind altijd iets - altijd. Indien ik meen dat iets of iemand corrupt is, betekent dat dat iets in mijzelf dat òòk nog is. Indien ik meen te merken dat iets of iemand geen respect heeft voor onze leefwereld, betekent dat dat ikzelf op één of ander niveau òòk nog respect mis voor onze leefwereld. Indien ik meen dat iets of iemand uitsluitend het eigenbelang dient of de toename van het eigen bezit en macht, dan betekent dat dat iets in mij òòk nog op dat niveau van bewustzijn werkt.

Ik verzeker je dat er altijd een weerspiegeld proces in jezelf te vinden is, dat op dezelfde manier bestaat als dat wat je veroordeelt in de buitenwereld. Zelfs (en misschien vooral) in het geval van je ergste vijand. Kies je favoriete slechterik (Donald Trump, Jeff Bezos, Mark Zuckerberg, Vladimir Poetin, eenieder die zich aan het andere eind van het politieke spectrum dan jij bevindt, je baas op het werk, je buurman of -vrouw,... ), identificeer wat je precies het meest veroordeelt, en ga dan eens op onderzoek in je eigen bewustzijn, intenties, gedragingen. Kijk onder de laag van zelfgenoegzaamheid en onder de laag van de maskers die je presenteert naar de buitenwereld toe. Het gaat hierbij natuurlijk niet om een letterlijke interpretatie maar om het vinden van een weerspiegeling van de intentie die je veroordeelt. Ik beloof je: je zal altijd ontdekken dat je op één of ander niveau net hetzelfde doet in je leven als datgene of diegene die je veroordeelt en afwijst. Altijd. Hoe zou het ook anders kunnen, als alle bewustzijn in wezen één is, zoals quantumfysica ons leert?

Deze oefening is confronterend, maar zo waardevol: het maakt ons veel eerlijker mensen. Het is telkens een les in nederigheid en echtheid, en het beschermt ons tegen de neiging van ons ego om onszelf als beter dan de ander te beschouwen.


Deze vaststelling betekent overigens niet dat we alles wat we waarnemen als schadelijk of moreel fout in de wereld dan maar moeten aanvaarden. Het betekent niet dat we geen actie kunnen voeren tegen vervuiling, corruptie, agressie, en andere processen die we als schadelijk beschouwen. Het betekent wel dat we altijd in het centrum van onze aandacht zullen moeten houden dat wat er buiten ons gebeurt, ook in ons gebeurt. Elk werk in de buitenwereld betekent ook werk in onszelf. De ander is wezenlijk niet anders dan jezelf, òòk in het geval van een ander die we als ‘slecht’ veroordelen.

En ook dat is natuurlijk een heel oude wijsheid. Eerder dan op de splinter in het oog van een ander te focussen, worden we uitgenodigd om de balk in het eigen oog te onderzoeken. ‘Hij die vrij is van zonden werpe de eerste steen’.

Het blijft zo belangrijk om dat te onthouden, omdat als we dat vergeten wanneer we ‘ten strijde trekken’ voor een betere wereld, het gevolg daarvan altijd maar meer polarisering en geweld zal zijn, hoe goed onze bedoelingen ook zijn.

Elk werk in de buitenwereld zal dus vooraf gegaan moeten worden door of in tandem moeten gebeuren met gelijkaardig werk in het eigen bewustzijn en in het eigen leven. Dat is wat ik ‘ecologie in bewustzijn’ noem, en het is even essentieel als deelnemen aan klimaatmarsen of aanklagen van oliebedrijven. Ons eigen bewustzijn is in wezen hetzelfde als dat van eenieder die we als ‘slecht’ menen te kunnen identificeren, en dit besef van de wezenlijke ondeelbaarheid van bewustzijn, en de ultieme connectie tussen elk van ons (òòk de bedrijfsleiders en CEO’s van bedrijven die olie winnen of het Amazonewoud kappen) op wezenlijk niveau moet het uitgangspunt blijven. In die zin is er ook geen enkel onderscheid tussen het ‘verbeteren van de wereld’ en het ‘verbeteren van jezelf’. Het onderscheid tussen die twee behoort tot de overtuigingen van een wereldbeeld dat verouderd en onjuist is. Er is maar één werkelijkheid, en zowel de ‘buitenwereld’ als de ‘binnenwereld’ zijn daar twee verschillende manifestaties van.




Bergen in de provincie Trøms, noord-Noorwegen. Foto: Filip Van Kerckhoven



12 - Goed nieuws

Het is een bijzondere ervaring om aan het einde van een weg gekomen te zijn en niet meteen een àndere weg te vinden. Het pad waar we op waren, heeft ons aan de rand van een afgrond gebracht, en we staren nu in die afgrond en zien een mogelijke toekomst die we onze ergste vijand niet zouden toewensen, laat staan onze eigen kleinkinderen.

Het niet-weten van de weg is een zeer ongemakkelijke ervaring. We weten graag waar we naartoe gaan en hoe we daar geraken. We houden niet van verloren zijn. We geven het ook niet graag toe aangezien we nog verknocht zijn aan de verhalen over de superioriteit van onze beschaving, van onze technologie en van de moderniteit. Maar daar staan we: het pad loopt dood op een afgrond, en verder gaan is geen optie. Ook op onze stappen terugkeren lijkt niet alleen onmogelijk maar ook onwenselijk.

Tienduizend jaar ‘beschaving’ heeft ons op dit punt gebracht: we staan aan de rand van de afgrond, we hebben onszelf in de hoek geschilderd en we kunnen geen kant meer uit - tenminste, vanuit ons gebruikelijke denken en vanuit onze huidige overtuigingen. Tenminste, zolang we de sleutel blijven zoeken onder de straatlantaarn.

Een onwaarschijnlijk spannende en uitdagende weg begint dan: de weg naar een nieuw wereldbeeld en een nieuw bewustzijn. En de daarmee gelijklopende weg naar een nieuwe vorm van samenleving. Het is waarlijk een interessante tijd om te leven! We gaan verregaande transformaties tegemoet, die niet minder diepgaand zullen zijn dan het inzicht dat mede het einde van de Middeleeuwen inluidde: het besef dat de Aarde rond de zon draait, eerder dan andersom.


In die zin is het allemaal goed nieuws. Jazeker, we gaan moeilijke tijden tegemoet. Maar net zoals de stormen van de pubertijd kunnen leiden tot volwassenheid, kan deze convergentie van crisissen ons eindelijk binnenleiden in een nieuwe fase van het mens-zijn en van het ontwikkelen van bewustzijn en een beschaving in harmonie met onze planeet. Hoe moeilijk het ook lijkt om zoiets te geloven momenteel.


Wordt vervolgd in komende essays over onze collectieve overtuigingen en paradigmata.



 


Enkele vragen ter contemplatie:


Ben je wel eens bewust bezig met wat je gelooft over de aard van de wereld, het universum, jezelf? Stel je je daar wel eens vragen over? Laat het leven je tijd om te reflecteren over die grote vragen? Vind je het belangrijk om daarmee bezig te zijn? En vind je het beangstigend of inspirerend om verder te denken over de wezenlijke aard van je bewustzijn of de werkelijkheid?


Kun je je voorstellen dat je vele van de overtuigingen die je nu koestert zou kunnen veranderen? Dat je ook zaken die je als vanzelfsprekend beschouwt in vraag zou kunnen stellen?


Volg je de nieuwste ontwikkelingen in wetenschap omtrent de aard en kenmerken van ons universum? Zo ja, hebben die al veranderingen teweeggebracht in je kijk op het leven? Acht je mogelijk dat je overtuigingen over de aard van het universum, het leven en het bewustzijn nog verregaande verschuivingen zullen kennen?


Kun je je vinden in een oefening in ‘ecologie in bewustzijn’ als degene die ik net beschreven heb? Acht je het mogelijk dat je die op regelmatige basis zou gaan toepassen voor jezelf?


Merk je dat je oordelen hebt op deze tekst en de stellingen die hierin naar voor geschoven worden? Ben je bereid om bovenstaande oefening daarop toe te passen?


Ik wens jullie het allerbeste, het ga jullie goed,

Filip





Weg in de wolken, Frans-Italiaanse grens in de Queyras. Foto: Filip Van Kerckhoven






Comments


bottom of page