top of page
  • filipvk

Oud Nieuws

Bijgewerkt op: 9 aug. 2023


 

"De dood is niet het doven van het licht; het is alleen het uitdoen van de lamp omdat de dageraad is aangebroken.”

Rabindranath Tagore





In november van afgelopen jaar, nadat ik mijn recentste essay had geschreven, was ik begonnen aan een nieuwsbrief voor het project. Meldingen over plannen voor de reizen, ideeën voor een vlog en voor fundraising, voor teksten en essays, praktische beschouwingen.


Maar toen werd de moeder van mijn vrouw Agnes, ernstig ziek . Bij een val brak Mariann, die in Hongarije woont (Agnes is van Hongaarse afkomst), haar heiligbeen op twee plaatsen, en dat was voor haar het begin van een uiterst pijnlijk proces van fysiek lijden, waarbij haar organen en lichaamsfuncties één na de ander begonnen haperen of te falen. Een proces zoals dat wel vaker gebeurt bij mensen van die leeftijd na een val (Mariann was bijna negentig).

Het werd ook voor Agnes een zware tijd, waarbij ze haar moeder eerst zelf probeerde te helpen en verzorgen. Maar na een tijd werd het overduidelijk dat full-time medische hulp nodig zou zijn, eerst in een revalidatie instelling en een ziekenhuis, en dan thuis met inwonende thuisverpleging. Meerdere keren werd Mariann bijna dood verklaard door artsen en verplegend personeel, maar telkens hervonden haar lichaam en geest een restant van kracht en kwam ze terug van de grens. Het werd een slopende roller-coaster van intense emoties.

Ik volgde deze toestand noodgedwongen vanop afstand, vanuit België, ons andere thuisland, klaar om Agnes ter hulp te komen indien de situatie onhoudbaar zou worden voor haar. In die omstandigheden van constante uiterste onzekerheid over leven of dood werd het steeds moeilijker om verder te werken aan de nieuwsbrief of andere aspecten van het project, en begon het ook wat ongepast of irrelevant te lijken om zo’n nieuwsbrief de wereld in te sturen.


Ik begon dan tijdens die heel onzekere maanden aan een nieuwe versie van de nieuwsbrief, die ik ‘Oud Nieuws’ noemde.


Het werd een vorm van reflectie: ziekte, lijden en dood brengen ons steevast bij onszelf, bij onze essentie. Bij wat er overblijft als alle onzin en afleiding en (zelf)bedrog wegvallen. Het was al de vierde keer in vier jaar tijd dat een van mijn naasten kwam te overlijden (het zag ernaar uit dat dat ook voor Mariann niet lang meer zou duren). Die herhaalde confrontaties met lijden en dood waren voor Agnes en mezelf ook een telkens terugkerende uitnodiging om tot onszelf terug te keren, om het drukke doen achterwege te laten, en gewoon te bestaan in het besef van de eindigheid der dingen en van de noodzaak om ten volle te leven in het hier en nu.


De hele situatie deed me in de coulissen van dit lijden en dit nakende sterven nadenken over wat mijn eigenlijke doelen zijn, wat de essentie van mijn onderneming is. Ik voelde mijn weg naar wat mij het dierbaarst is in wat ik wil proberen de komende jaren.

“Ontdek dat waarvoor je bereid zou zijn te sterven, en lééf dan daarvoor”. Het is naar mijn mening erg goede raad. Dàt is wat een echt levensdoel kan betekenen: iets als een kwestie van leven of dood. Waarvoor zijn we anders hier? Om alleen maar de tijd te doden, en daarmee langzamerwijs onszelf?


En de dood die nu weer, voor de vierde keer in enkele jaren, nabij kwam in onze familie maakte duidelijk dat het goed was om daarover te bezinnen. De uitkomst van mijn kleine onderzoek laat zich als volgt samenvatten: ik geloof nu dat wat ik het liefste wil doen in mijn nieuwe project niet zozeer (of niet enkel) bestaat in het luiden van de alarmklok over de convergentie van ecologische en andere crisissen op onze planeet, maar vooral uit het helpen verspreiden van kennis over de nieuwe verhalen (die vaak heel oude verhalen zijn) die een andere betekenis geven aan wat er nu gebeurt, en ons perspectief op onze situatie grondig kunnen doen verschuiven.

Jazeker, het is nodig om de alarmbel te blijven luiden over wat er met onze planeet gebeurt, want collectief zijn we nog steeds de andere kant aan het opkijken en weigeren we nog steeds om te beseffen wat er te gebeuren staat. Maar evenzeer is het nodig om op een andere manier naar deze ‘perfecte storm’ te kijken, ons denkkader te veranderen, een veel wijder perspectief in ruimte en tijd te beginnen hanteren. En perspectieven in ruimte en tijd worden gevormd in verhalen. We denken vaak aan ‘fictie’ als we het woord verhaal horen, maar elke interpretatie van onze waarnemingen is een verhaal. Wat we als ‘werkelijkheid’ beschouwen is òòk een verhaal, dat van ònze interpretatie van onze waarnemingen in ònze ruimte en tijd. En na dertig jaar lesgeven in waarnemingstekenen en -schilderen, heb ik het één en het ander geleerd over hoe we waarnemen en hoe we niét waarnemen, en hoe we heel vaak menen waar te nemen wat we dénken, eerder dan wat er echt te zien is. Zoals Anthony De Mello het mooi verwoordde: “Gedachten kunnen de wereld zò ordenen dat die wereld onzichtbaar wordt”.

In de ‘Oud Nieuws brief’ begon ik dan met het voorstellen van enkele van die hedendaagse vertellers van oude verhalen: mensen die me de afgelopen jaren erg geïnspireerd hebben en elk op hun manier nieuwe vorm geven aan nieuwe oude verhalen. Filosofen, therapeuten, kunstenaars, wetenschappers, wijze mensen. Zieners die de oude verhalen nieuw leven inblazen voor een tijd waarin we de oude wijsheid erg gaan nodig hebben. Want zoals de radicale ‘spirituele’ econoom E.F. Schumacher het stelde: “De mens is nu te slim geworden om zonder wijsheid te kunnen overleven.” En één van de manieren waarop die verhalen zich onderscheiden van het verhaal waarin we nu leven, is de mate waarin ze het miraculeuze van het leven centraal stellen. De manier waarop ze ons niet alleen intellectueel doen groeien, maar ook het standpunt van waaruit we de dingen ervaren en waarnemen kunnen doen verschuiven, wat een levensveranderende ervaring is op een veel fundamenteler niveau dan enkel het mentale.


Toen kwam het moment dat de situatie van de mama van Agnes zoveel verslechterde, dat ik verlof nam van mijn lesopdracht in België en naar Hongarije vertrok om Agnes en Mariann te helpen in heel dit pijnlijke proces. En dan, op 31 januari om twee uur ’s ochtends, is Mariann overleden. Op dat punt was het ook een opluchting: de intense lijdensweg was ten einde, en ze was eindelijk in het licht kunnen opgaan.


Dit schreef ik in mijn journal:

“Dit is de vierde keer in vier jaar tijd dat iemand uit onze naaste omgeving overlijdt. Bijna vier jaar geleden mijn schoonzus, twee jaar geleden mijn vader en de tante en meter van Agnes, en nu mijn schoonmoeder.

We hebben hun levenloze lichamen gezien, en we voelden elke keer dat deze eigenlijk alleen maar lege omhulsels zijn die niets te maken hebben met de levensenergieën van onze geliefden, net zo min als de bedden waarop ze lagen. Het is verbazingwekkend hoe een lichaam verandert nadat het leven is vertrokken. Het is een totaal andere werkelijkheid. Als we hun lichamen op deze manier zien, wordt het veel duidelijker dat de energie die ons bezielt als we leven, zoveel meer is dan biologische energie die afkomstig is van het verteren van voedsel. De levenskracht wordt ook duidelijk in de afwezigheid ervan, op een manier zoals zwart ons het wit in een ander licht doet zien. In feite zou het onmogelijk zijn over wit te spreken zonder zwart te kennen.

De subtiele energie die een lichaam van binnenuit schijnbaar doet uitdeinen tot iets voorbij de fysieke grens van het lichaam, de energie die we voelen als we het hebben over iemands ‘uitstraling’, de energie van de aura die het fysieke lichaam doet schitteren van leven: als die energie weg is, wordt duidelijk hoe ons lichaam een zak water en kalk en vetweefsel is als die bezielende levenskracht eenmaal is vertrokken. In die zin is het zien van een levenloos lichaam een bevestiging van het wonder van het leven.”


De weken nadien volgden veel praktische beslommeringen, het organiseren van de afscheidsviering, enzoverder. En zoals zo vaak na een overlijden, werd het praktische en wereldse onvermijdelijk vermengd met het ervaren van die nieuwe afwezigheid, die afwezigheid die soms nog maar amper voelbaar was en soms intens en bevreemdend was.

Gelukkig konden we ook tijd doorbrengen in ons oude boerenhuis in een klein dorp in Hongarije, en was er tijd voor stilstaan, ervaren, en voelen wat dit allemaal betekent. We maakten lange wandelingen in de velden en bossen rondom het dorp, en dat was zoals steeds een zegen. Dit schreef ik in mijn journal:

“Vanmorgen maakten we een van onze favoriete wandelingen in de omgeving, en overal was het duidelijk hoe leven en dood twee delen van dezelfde werkelijkheid zijn. Hoe in de natuur alles wat leeft voortdurend sterft, en door de dood nieuw leven mogelijk maakt. Hoe alles wat sterft meteen voeding wordt voor nieuw leven. Omgevallen bomen vergaan langzaam en op hun resten groeien nieuwe planten. Het kadaver van een hert dat we zagen was al grotendeels opgegeten door aaseters, en wat er over was lost langzaam op in de aarde, en zal op een andere manier voeding worden voor ander leven. Op hetzelfde moment dat we het dode hert opmerkten, zagen we een enorme kudde van tientallen herten een paar honderd meter verderop een weiland oversteken. De glorieuze cyclus van leven en dood is overal, en is eindeloos.”




Ja, de dood is essentieel voor het leven, maar zo zien we het niet vaak. De grote Stephen Jenkinson, auteur van het boek 'Die Wise' noemt onze westerse cultuur ‘death-phobic’ en hij heeft overschot van gelijk. We kijken er liever van weg, van de dood en van lijden en van alles wat daarmee te maken heeft, alsof het een diep zwart gat is, die dood, een gat waar we er zelf in zouden kunnen vallen als we te dicht bij komen. En doordat we tijdens het leven altijd maar de ervaring van de dood ontlopen, zijn we collectief eigenlijk ook doodsbang voor het leven. In de woorden van Jenkinson: “Waar de moderne westerse mens het meest aan lijdt is een falende cultuur, geheugenverlies van voorouders en diepe familieverhalen, aan spook- of schijnrituelen, aan het ontbreken van instructies over hoe te leven met elkaar of met de wereld om ons heen of met onze doden of met onze geschiedenis".

Doordat we de ervaring van de dood ontlopen, missen we de kans om diepere lagen van het leven opnieuw te gaan ervaren, om die connecties te voelen die ons verbinden met onze voorouders en met onze nakomelingen (ook die in een verre toekomst). En dat ontlopen van de ervaring van de dood, en het ontwijken van al de grote vragen die die dood oproept, is een onderdeel van het verhaal waar we in wonen. Een verhaal dat erg één-dimensioneel is, en dat wat we als werkelijk beschouwen veelal beperkt tot het praktische en het meetkundig aantoonbare.

Maar er zijn andere verhalen mogelijk, over de dood én over het leven. In andere culturen is de dood een aanleiding tot vreugde en tot feest. Als we de dood gaan zien als een normale en gezonde fase van een cyclus, gaan we ook anders naar het leven kijken.

En zo ben ik weer terug bij het ‘oude nieuws’ beland. De dood is in zekere zin het oudste nieuws van al (of het op één na oudste: het eerste organisme dat ooit gestorven was, was daarvoor eerst tot leven gekomen).


Alvorens ik weer een ‘gewone’ nieuwsbrief of blogpost de wereld instuur, zal ik een tijdlang ‘Oud Nieuws’ meedelen. In de komende blogposts zal ik enkele van de grote vertellers van Nieuwe Oude Verhalen aan het woord laten in video- en audiofragmenten.

Als eerste voorproef van deze reeks ‘wijzen’ en zieners, hierbij een geluidsopname van een ‘lezing’ van filosoof en godsdienstwetenschapper Alan Watts over de dood, genaamd ‘Making Friends With Death’. En de dood te vriend maken, dat is inderdaad wat ons te doen staat als we het leven nog een kans willen geven.

Geniet traag van deze ‘talk’ zoals bedoeld was. Alan Watts laat veel stilte tussen de woorden, en zijn stiltes spreken evenveel als de woorden. Zijn gevoel voor humor is ook heel fijn en relativeert de zwaarte die we gewoonlijk projecteren op dit onderwerp. Zoals ik al zei, in vele andere culturen is de dood aanleiding tot feest en vrolijkheid, en Alan Watts geeft ook aan dat dat aangewezen is: de dood beschouwen als een even belangrijke reden tot vreugde als een geboorte. De manier waarop hijzelf lacht én zijn publiek aan het lachen maakt is heel aanstekelijk. Tussen minuut 6:15 en 6:45 zijn er een paar haperingen in de opname waardoor een klein fragment ontbreekt. Na 6:45 zijn er geen hiaten meer en vlak daarna, op 6:50 begint er een kostelijk stuk.

De meeste lezingen en seminars van Alan Watts zijn in de jaren zestig en zeventig opgenomen met zeer eenvoudige apparatuur. Bijgevolg bevatten veel van deze opnames allerlei ruis en achtergrondgeluiden, maar voor mij maakt dat deel uit van hun charme. Veel van zijn lezingen zijn beschikbaar via de officiële Alan Watts organisatie en podcast, deze vond ik elders.

Nogal wat lezingen en seminaries van Alan Watts worden op Youtube geplaatst met achtergrondmuziek of een montage van min of meer romantische landschappen, iets wat ze niet nodig hebben naar mijn mening. Niet iedereen is daar blij mee, en bijvoorbeeld dit kanaal gaat prat op het ‘black screen, no music’.

Neem de tijd om hiernaar te luisteren. Het verdient het om met volle aandacht genoten te worden, zoals goede wijn. Geniet ervan!

Je vindt de video hier.


Het ga jullie goed,

Filip



Alan Watts (1915-1973)

Comments


bottom of page