top of page
  • filipvk

Diepe Tijd - Mijmeringen en Meditaties

Bijgewerkt op: 27 jan.


Zonsopgang vanuit het International Space Station. Photo credit: NASA





Morgenavond klokslag twaalf begint er een nieuw jaar.

Bij deze wens ik jullie, beste lezers en volgers van A Biosphere Project, dan ook alvast een geweldig nieuw jaar vol vreugde, liefde, gezondheid, groei en vervulling, en verbinding met je dierbaren.


Wat we een ‘jaar’ noemen is één omwenteling van onze planeet rondom onze Ster.

Wanneer dat jaar begint is natuurlijk nogal arbitrair, je zou eender welk punt op de ellips-vormige omloop kunnen nemen als vertrekpunt. In die zin kun je zeggen dat elke dag het begin is van een nieuw jaar. Dat is dus weer een argument om elke dag te beschouwen als een reden tot vieren .


Waarom dan één januari kiezen?

De eerste dag van de maand januari is door de Romeinen gekozen zowel in de republikeinse kalender als in de latere Juliaanse kalender als eerste dag van het nieuwe jaar. Dit ter ere van de god Janus, de Romeinse god van alle ‘begin’. Tijdens de middeleeuwen werden er pogingen ondernomen om deze ‘heidense’ datum te vervangen door een datum die meer betekenis had in de Christelijke leer, maar paus Gregorius XIII initieerde in 1582 een herziening van de Juliaanse kalender waarbij de eerste januari werd bevestigd als eerste dag van het jaar. Natuurlijk werd een jaar toen nog niet gezien als één omwenteling van de aarde rond de zon, want in het wereldbeeld van die tijd draaide de Zon nog rond de Aarde. Copernicus en Galileo hadden hun gelijk nog niet gekregen toen.


Sindsdien hebben we al zoveel geleerd over die baan van de Aarde omheen onze Ster, én over de baan van onze Ster rondom het centrum van ons Melkwegstelsel. Want de Zon, zoals we onze Ster noemen, draait samen met zo’n vierhonderd miljard andere sterren mee in een prachtige majestueuze rondedans in de gigantische ‘schijf’ van onze Melkweg, in een lichtjes op-en-neer gaande beweging die het geheel van de omloop doet lijken op die van een paardje op een antieke draaimolen, dat eveneens een baan om de as van de molen combineert met een zachte op-en-neer gaande beweging die de rit leuker maakt voor de kinderen.


Wat een leuk beeld: de baan van de Zon als die van een paardje op een draaimolen, op en neer wiegend als om de pret te vergroten en onze ritjes rondom het centrum van de Melkweg nog leuker te maken.


Maar om die pret te beleven, moeten we andere tijdspannes in ogenschouw gaan nemen dan jaren, eeuwen of millennia. We moeten gaan denken in termen van ‘Zon-jaren’. Een ‘Zon-jaar’ is de tijd die onze Ster nodig heeft om één omwenteling rondom het centrum van onze Melkweg te voltooien.


Maar nog even dit: het lijkt logisch om te denken dat als de Aarde (en wij) één omwenteling rond onze Ster hebben gemaakt, we na een jaar weer op hetzelfde punt uitkomen, zodat als we nieuwjaar vieren we weer een rondje kunnen beginnen vanaf hetzelfde punt, maar dat is niet zo. Doordat onze Ster tezelfdertijd aan een grote snelheid (230 kilometer per seconde) rondom het centrum van de Melkweg draait, zullen we nooit meer op hetzelfde punt uitkomen. Het is ook niet juist om onze baan als een ellips te beschouwen. De baan van de planeten rondom onze Ster heeft een hoek van 60 graden ten opzichte van de baan van onze Ster rond de Melkweg, waardoor de combinatie van beide bewegingen voor een baan zorgt die eigenlijk spiraalvormig is. Dat klinkt misschien moeilijk om je voor te stellen, maar onderstaande filmpje geeft duidelijk weer hoe onze planeet eigenlijk door de ruimte beweegt, door de combinatie van beide banen.



Video over de eigenlijke beweging van de Aarde in haar baan om de Zon en rondom het centrum van de Melkweg






Maar dus kort gezegd, er is zoiets als een Zon-jaar of een Galactisch jaar, de tijd waarin onze Ster één omwenteling rondom het centrum van ons Melkwegstelsel maakt. Eén Zon-jaar is gelijk aan zo’n 220 miljoen Aarde-jaren. 

Dat zijn vele jaren. En dat zijn tijdspannes waar we ons niet veel meer bij kunnen voorstellen. Ter vergelijking, toen de laatste dinosauriër de geest gaf, was dat ongeveer een kwart ‘Zon-jaar’ geleden. 


Een jaar is een tijdspanne waar we ons nog in ‘thuis’ kunnen voelen. We hebben nog een soort idee van hoeveel tijd dat is, of tenminste als hoeveel tijd dat aanvoelt (want subjectieve tijd is iets anders dan zogezegd ‘objectieve’ tijd -zogezegd, want bij nader toezien bestaat er niet zoiets als objectieve tijd). 


We kunnen een idee hebben van wat we willen bereiken in één jaar, of in een paar jaar. We maken plannen en wensen elkaar een mooi jaar toe. We kunnen onszelf doorgaans zonder veel problemen een beeld vormen van een jaar en onze plaats daarin, de ervaring van onszelf als subject dat deze tijdspanne doorloopt en beleeft. 

Bij een decennium kunnen we ook nog wel een aanvoelen hebben van de subjectieve beleving daarvan, bij een eeuw wordt het al moeilijk, maar als onze grootouders lang geleefd hebben, lukt dat misschien ook nog net. Bij millennia verliezen we de draad en bij aeonen zijn we het spoor bijster. Honderdduizend jaar, een miljoen jaar, een miljard jaar... het worden betekenisloze cijfers, gibberish, onzin, abstracties waar we niets mee te maken hebben. 


Die grootte-orde van tijd is de ‘diepe tijd’.

In mij essay ‘Een selfie van de Aarde’ gaf ik al even aan waarom het goed is om inzake ‘ecologie’ het niet enkel te hebben over onze biosfeer en de planeet, maar onze blik te verruimen naar de interstellaire ruimte waar die zich in bevindt. 

En net zo denk ik (met vele andere en grotere geesten dan ikzelf) dat als we onze planeet en onszelf een nieuwe toekomst willen geven, het nodig is dat we ons perspectief uitbreiden van de ons vertrouwde maanden, jaren en decennia naar de ‘diepe tijd’, te beginnen met de tijd van eeuwen en millennia, de tijd van onze voorouders en onze nakomelingen, de tijd waarin wij zélf voorouders worden. 

In vele tradities en culturen is het niet alleen gebruikelijk maar levensnoodzakelijk om zich innig verbonden te voelen met de eigen voorouders, tot vele generaties terug, én met het eigen nageslacht, tot vele generaties in de toekomst. 

De tijd waarin we leven wordt dan veel gelaagder: die omvat dan ook organisch de tijd waarin onze voorouders leefden, en de tijd waarin onze achter-achter-achterkleinkinderen zullen leven. Dat creëert een heel ander tijdsgevoel dan hetgeen nu gebruikelijk is in de geseculariseerde, geïndustrialiseerde ‘moderniteit’, waarin tijd versplinterd is en afgescheiden van de stroom van bij onze voorouders naar onze verre nakomelingen.





En van daar uit kunnen we nòg verder, naar de aeonen en de ‘Zon-jaren’. 

De meeste ‘indigenous’ culturen hebben, zoals al onze verre voorouders, op verschillende manieren de gevoelde band met de diepe tijd, de eeuwigheid, levend gehouden als deel van hun wereldbeleving en kosmologie. 

En met de voorgenoemde grotere geesten dan ikzelf, ben ik van mening dat wij dat ook terug moeten gaan voelen en beleven. Opdat we ons gevoel van zelf terug zouden kunnen verbinden met de eeuwigheid, zoals dat voor nagenoeg alle mensen die ooit hebben geleefd het geval was tot aan de industriële revolutie, toen de komst van het uurwerk als instrument van de uniformizering van tijd ten dienste van de productiviteit, onze band met de universele en diepe tijd heeft doorgesneden als een navelstreng. Sindsdien komen we altijd tijd te kort, en is ook ons gevoel van zelf losgeslagen van het anker dat ons verbond met al-wat-is.  Het is geen toeval dat net in de generaties waarin we onze band met de diepe tijd zijn kwijtgeraakt, we ook in sneltreinvaart afstevenen op de zelfvernietiging. 


Om ons besef van tijd terug te verruimen, hoeven we niet meteen met aeonen te beginnen, we kunnen als met decennia starten. 

Wat voor wereld willen we binnen pakweg een halve eeuw? 

Inzake ecologie wordt de komende halve eeuw beslissend, mogelijk zelfs voor de aeonen die daarop gaan volgen. 

Onze politieke wereld heeft een ‘tijd-horizon’ die aan de volgende verkiezingen gelinkt is, verder dan dat wordt er zelden gekeken. 

Onze economische wereld heeft een nog kortere ‘tijd-horizon’: die van de winstcijfers van het volgende kwartaal. 


Kunnen we onze politieke wereld ertoe bewegen om te gaan denken in termen van eeuwen? Dat zou al mooi zijn, aeonen hoeft nog niet direct. 

Kunnen we onze bedrijfsleiders en economen ertoe bewegen om in decennia te gaan denken, eerder dan de winst van het volgende kwartaal als ‘horizon’ te hanteren? 

Misschien, maar ik denk dat dat enkel zal kunnen als wij het voorbeeld geven. Als wij niet ons gevoel van tijd gaan rekken tot een andere schaal dan we nu gewend zijn, kunnen we niet verwachten dat onze politieke vertegenwoordigers dat wél gaan doen. 


Dat kan misschien een nieuw soort revolutie zijn: de revolutie tegen de vernauwing van ons tijdsbesef tot dagen, uren en seconden. Neen aan het dictatuur van het uurwerk! Niet enkel om terug meer te lanterfanten en niets te doen en in het gras naar de wolken te liggen kijken, zoals onze jager-verzamelaar voorouders ongetwijfeld veel deden (antropologisch onderzoek heeft al lang geleden uitgewezen dat onze jager-verzamelaar voorouders véél vrije tijd hadden), maar ook om onze gevoelde band met de diepe tijd te herstellen.





Eén van de boeken die op mijn leeslijst voor het komende jaar staan, is alvast het boek ‘The Long View’ van Richard Fisher. In dit naar verluid fascinerende werk onderzoekt Fisher de manier waarop ons tijdsbesef zo vernauwd is tot kwartaalcijfers, 24-uur nieuwscycli, en het opgejaagde en gestresseerde ‘nu’ getiranniseerd door de secondewijzer (wat iets helemaal anders is dan het 'eeuwige nu' dat we in meditatie kunnen ervaren). Hij onderzoekt vroegere en hedendaagse ziens- en belevingswijzen, die bijvoorbeeld de verbondenheid van generaties centraal stelden, en waaruit we broodnodige lessen zullen moeten leren als we de convergentie van ecologische en andere crisissen willen doorkomen op een manier die onze planeet en onszelf weer een kans geeft op een toekomst in evenwicht en bloei en harmonie. 

Zodra ik hier meer in gelezen heb, breng ik verslag uit in de blog.






Beste lezers en volgers van A Biosphere Project, dit is een wat langere mijmering geworden, maar de start van een nieuwe omwenteling rondom onze Ster mag al eens aanleiding zijn tot wat extra mijmeren. En onze Ster gaat inmiddels ook lustig verder met haar vrolijke draaimolen-paardjes-baan rondom het centrum van onze Melkweg. Het is eigenlijk allemaal één groot feest, en het is vooral onze eigen cognitieve knoeiboel, de manier waarop we onze hersenspinsels voor werkelijk zijn gaan aanzien, die ons belet om dat te zien en te beleven. 


Ik wens jullie nogmaals een wonderlijke volgende omwenteling rondom onze Ster, met veel vreugde, liefde en verbondenheid, en een stralend besef van hoe onbegrijpelijk wonderlijk het is dat we hier zijn, op onze prachtige planeet die immer verder danst omheen onze Ster.


Mocht je het spoor bijster raken, als slot-afbeelding hieronder een kaart van ons Melkwegstelsel, met de positie van onze Ster duidelijk aangegeven, iets onder het centrum van het beeld, naast de Pleiaden. Met deze kaart kun je niet verdwalen. 


Gelukkig Nieuw Jaar! 


Tot de volgende aflevering,


Het ga jullie goed, 

Filip




Een kaart van ons Melkwegstelsel. Het is een van de ongeveer tweeduizend miljard sterrenstelsels in het zichtbare heelal, heeft een doorsnede van ongeveer 100.000 lichtjaar en bevat ongeveer vierhonderd miljard sterren. Je vindt onze Ster, die we gewoonlijk 'Zon' noemen, als je vanuit het centrum een rechte lijn naar beneden volgt, naast de Pleiaden en Orion. Dat zijn wij. En we draaien één rondje in tweehonderd twintig miljoen jaar. Feest!



Commentaires


bottom of page