top of page
  • filipvk

Onze oorlog tegen onszelf

Bijgewerkt op: 26 jun. 2022


 

‘'We hebben niet het recht om te vragen of we zullen slagen of niet. De enige vraag die we mogen stellen is: wat is het juiste om te doen? Wat vraagt deze aarde van ons als we erop willen blijven leven?'


- Wendell Berry



Monocultuur van zonnebloemen, provincie Somogy, Hongarije. augustus 2021


Een zestal weken geleden viel Rusland Oekraïne binnen en ontketende daarmee de grootste oorlog en humanitaire crisis in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog.

Het brengt oorlog heel dichtbij, deze keer. Dagelijks krijgen we beelden van vernielde tanks, gesneuvelde soldaten, tot rokende puinhopen herleide flatgebouwen, lichamen van moeders en kinderen op straat, wanhopige vluchtelingen die proberen ontsnappen aan geweld dat niets of niemand ontziet. En dit alles in het hart van Europa.

Het is verbijsterend, hartverscheurend, beangstigend. We zijn op 24 februari ontwaakt in een andere wereld, zo lijkt het soms.



Toch is oorlog een feit waarmee wereldwijd vele miljoenen mensen dagelijks geconfronteerd worden, ondanks de verrassende vaststelling dat de wereld is nog nooit zo vreedzaam is geweest als vandaag. De wereld wordt inderdaad steeds vredelievender, zo blijkt uit veel onderzoek, maar door de voortdurende focus van de media op geweld en spektakel zul je niet snel die indruk krijgen.







Maar oorlog blijft tot nu een permanente aanwezigheid op deze planeet. Er woeden momenteel vreselijke conflicten in Syrië, Yemen, Ethiopië, om er een paar te noemen. Oorlog dreigt opnieuw in andere landen, als Lybië, Bosnië, Palestina.

Over de hele wereld zijn miljoenen mensen op de vlucht voor geweld, afgelopen jaar volgens de VN in totaal meer dan zestig miljoen.


Ook van die oorlogen krijgen we weliswaar beelden en informatie in onze media, maar toch blijven die tragedies vaak niet alleen ruimtelijk maar ook in onze beleving op afstand. We nemen nota, mogelijk worden we ook voor kortere of langere tijd echt geraakt, maar ik denk dat we kunnen stellen dat die oorlogen veel abstracter blijven voor onze perceptie en beleving. Vandaar misschien ook dat onze gastvrijheid veel beperkter lijkt als mensen die op de vlucht zijn voor die ‘ver-weg’ oorlogen bij ons veiligheid en een menswaardig bestaan zoeken.

En ik denk dat we kunnen stellen dat we nu meer geraakt worden. Dat de dagelijkse berichten over aan flarden geschoten stadsdelen, gebombardeerde ziekenhuizen en scholen en verhakkelde kinderlichamen ons nu veel meer een schop in de maagstreek bezorgen en een intenser gevoel van wanhoop oproepen bij het zien van genadeloos extreem geweld dat doelbewust ook gericht wordt tegen de meest kwetsbare burgers.

Oorlog is altijd vreselijk, maar nu het zo dichtbij komt en de steden en mensen die er het slachtoffer van zijn zoveel herkenbaarder lijken, zijn we veel meer onder de indruk dan van het ontstellende leed in Yemen en Syrië.

Dat is menselijk. Mogelijk heeft het menselijke vermogen tot empathie ook echt beperkingen in ruimte die ‘hard-wired’ zijn, tenminste in deze fase van onze evolutie.

Misschien is het met de beste wil van de wereld niet mogelijk voor ons om evenveel mee te voelen met de pijn en de wanhoop van de mensen in Yemen en Syrië, of om evenzeer geraakt te worden door de zinloze vernieling die daar al jaren verdergaat, dag na dag. Tenminste niet vanuit ons huidige bewustzijnsniveau, dat zo sterk bepaald wordt door afscheiding en competitie.



Vernielde Russische tanks bij Kiev. Foto AP News



Indien dat zo is, meen ik dat we, eerder dan ons daar schuldig over te voelen, nu dan maar de beker écht moeten leegdrinken: laat ons weer écht voelen wat oorlog is, wat het doet met mensen, wat de essentie van oorlog is. Laat ons dan deze keer écht blijven kijken, hoe groot de verleiding ook wordt om weer wég te kijken, om weer opgeslorpt te worden door het dagdagelijkse leven, om de gruwel weer naar de hoeken van ons bewustzijn te bannen, om onszelf weer te gaan entertainen om de pijn niet te voelen.


Waarom daar méér naar kijken? Waarom onszelf toelaten om het méér te voelen, eerder dan minder?

Omdat we door dit écht te zien en binnen te laten, weer bij onszelf en het leven gebracht worden: het geweld en de gruwel die we nu zien, zijn de veruitwendiging van energie die zich in ons allen kan manifesteren, en maken deel uit van wat en wie we momenteel nog zijn als soort en als wezen. Alleen door die confrontatie aan te gaan, kunnen we erdoorheen gaan en iets leren. En we hebben ongetwijfeld nog heel veel te leren, over onszelf, over wat we met z’n allen doen op deze planeet en mét deze planeet.


Dit gezegd zijnde, moet ik toegeven dat het mezelf ook erg moeilijk valt dit toe te laten. Ik vermoed dat vele mensen een gelijkaardige spanning doormaken tussen betrokkenheid en empathie enerzijds en afscherming en ontkenning anderzijds.

Een proces dat we met z'n allen ook doormaken als het over andere crisissen gaat die we als existentieel en potentieel overweldigend ervaren. Zoals in het geval van wat we meestal de 'klimaatcrisis' noemen.

Ook daar houden we vaak het besef van wat er gebeurt op afstand, vanuit een reflex tot zelfbescherming. Ook daar voelt de confrontatie met de werkelijkheid bij momenten aan als te bedreigend en overweldigend. En ook daar voel ik de noodzaak om desondanks die confrontatie met de realiteit niét uit de weg te gaan maar er ondanks angst en zelfs wanhoop toch naar te blijven kijken. Ook daar moeten we leren en een stap in onze evolutie maken vanuit een begrip van de oorzaken van de crisis.


Oorlog is de verderzetting van diplomatie met andere middelen, zei Von Clausewitz.

Oorlog is ook vele andere dingen, en kan als fenomeen bestaan op vele niveau’s en op vele manieren.

Zoals het begrip ‘vrede’ een toestand aanduidt die meer kan zijn dan enkel afwezigheid van strijd of oorlog, duidt het begrip ‘oorlog’ een conditie aan die meer kan zijn dan enkel gewapend conflict.

Als er iets uit deze oorlog zou kunnen voortkomen dat niet enkel tragisch en vreselijk zou zijn, dan misschien dit: dat we in ons deel van de wereld weer duidelijker gaan zien wat oorlog in essentie is. En dat we mogelijk iets leren over de manieren waarop processen die in oorlogssituaties werkzaam zijn ook plaatsvinden in andere domeinen, die we meestal niet met oorlog associëren.



Jean Froissart, 15de eeuwse afbeelding van de slag bij Crécy



Misschien kunnen we weer beter leren zien hoe we op andere manieren en op andere plaatsen in permanente oorlogen verwikkeld zijn met elkaar en uiteindelijk met onszelf, .

Ons deel van de wereld moge dan al in afwezigheid van oorlog als militair conflict leven, ik zou de toestand waarin we verkeren ook allerminst als ‘vrede’ bestempelen.

We verklaren in onze samenleving ook graag de oorlog aan vanalles en nog wat. Op één of andere manier bevalt de beeldspraak en symboliek van het begrip ‘oorlog’ ons wel. We verklaren de oorlog tegen drugs, tegen armoede, tegen kanker, tegen het coronavirus, enzovoort. Bij elk van die oorlogen kun je je afvragen wat die al hebben opgeleverd en of we niet beter via een andere metafoor een vruchtbaarder pad zouden kunnen kiezen, waarbij we er niet van uitgaan dat er een ‘tegenstander’ is die moet overwonnen worden.

Bovendien, en dit brengt me bij de reden waarom ik deze tekst begon te schrijven, denk ik met vele anderen die zich bezighouden met wat we gemakshalve ‘ecologie’ noemen dat we momenteel als soort (homo sapiens) in een soort permanente oorlog met onze planeet verwikkeld zijn, en dit al heel lang.

Wanneer precies onze verhouding tot onze leefwereld gekanteld is naar één die we 'oorlog' kunnen noemen, is moeilijk te bepalen en hangt af van het perspectief van waaruit de vraag gesteld wordt. Velen zouden antwoorden dat de industriële revolutie een kantelpunt was, maar anderen zouden de ontwikkeling van de landbouw als begin van onze 'strijd' kiezen.

In ieder geval kan gesteld worden dat onze verhouding tot onze biosfeer gaandeweg is geëvolueerd van één van coherentie en symbiose naar één van conflict en poging tot dominantie.


Deze oorlog wordt gaandeweg steeds intenser, zoals bij elke totale oorlog schijnen alle middelen geoorloofd, en zoals bij elke oorlog is het doel het verwerven van totale controle over degene die als ‘tegenstander’ wordt beschouwd. En het is een oorlog die zoals de meeste oorlogen begonnen is vooral omwille van vermeend materieel voordeel, maar die in essentie voortkomt uit onbewustheid en de beperkingen van het menselijke ego. Het is ook een oorlog die onmogelijk kan gewonnen worden, en die enkel verliezers zal kennen.


Het bestempelen van onze verhouding tot onze planeet bestempelen als een oorlog kan overdreven lijken.

Als we ‘oorlog’ in een wat bredere zin beschouwen wordt echter al snel duidelijk dat de verhouding van de mens tot het ruimere ecosysteem waar hij deel van uitmaakt inderdaad wordt gekenmerkt door een toestand die we ‘oorlog’ kunnen noemen.

Deze oorlog die we dag aan dag voeren met onze planeet wordt op vele fronten tegelijk gevoerd over de hele wereld: in onze industriële landbouw, waarin we in permanente chemische en biologische oorlogvoering verzeild zijn; in de resterende regenwouden op onze planeet die a ratio van meerdere voetbalvelden per minuut tegen de vlakte gaan om plaats te maken voor monoculturen van soya of palmolie; in de oceanen die aan sneltreintempo leeggevist worden, als vuilnisbelt gebruikt worden voor alles gaande van plastic tot radioactief afval, die verzuren en sneller opwarmen dan de rest van de planeet en waarin ‘dode zones’ steeds groter worden. De oorlog woedt in de rivieren, meren, en wetlands van alle continenten. In de kwetsbare ecosystemen van estuaria, moerassen en overstromingsgebieden. In de laatste overblijvende natuurreservaten die steeds meer dreigen opengesteld te worden voor mijnbouw, fracking en oliewinning.

Deze oorlog is een echte wereldoorlog, zou je kunnen stellen. De echte ‘moeder van alle oorlogen’.



Dagbouw (strip mining) Foto Dominic Vanyi



En de inzet is, zoals bij zoveel oorlogen in de geschiedenis: controle, dominantie en extractie.

Eerder dan te streven naar coherentie, afstemming, natuurlijke evenwichten, coöperatie met en versterking van ecosystemen op alle niveau's,...hebben we in de loop van onze geschiedenis gekozen voor een streven naar

Controle: eerder dan in samenwerking met ons natuurlijk biotoop te bestaan en vanuit respect voor de complexiteit, sacraliteit en inherente waarde van de natuurlijke wereld onze plaats in het geheel te zoeken, menen we dat we dit biotoop moeten controleren in al haar aspecten met het oog op

Dominantie: we geloven dat we in een positie verkeren waarbij we alle processen in de natuurlijke wereld moeten domineren en naar onze hand zetten. Eerder dan luisteren naar wat de natuur ons zegt, achten we ons in staat om de natuur onze wil op te leggen, vanuit onze vermeende superioriteit ten overstaan van de natuurlijke wereld.

Extractie: ons huidig economisch bestel is in essentie op extractie gebaseerd, en dit al sinds de opkomst van de landbouw en het ontstaan van de eerste stadstaten. Extractie van voedsel, mineralen, én menselijke arbeid is de basis van internationale handelsverhoudingen en is een vereiste voor de instandhouding van onze heilige koe bij uitstek: ‘economische groei’, die in essentie de omzetting van ons biotoop in geld vertegenwoordigt.


Als we één van de grootste slagvelden, de industriële landbouw, bekijken, menen we op het eerste zicht succes te zien: de wereldwijde voedselproductie is met vele factoren toegenomen, rampscenario’s over wereldwijde honger zijn alsnog niet bewaarheid, en de beschikbare hoeveelheid voedsel heeft meer dan gelijke tred gehouden met de verdubbeling van de wereldbevolking.

Op het eerste zicht zouden we dit tafereel ook niet als een oorlog bestempelen.

Toch is het één van de domeinen waar dat woord het meest toepasselijk is.

Ik zal het hier nog niet eens hebben over de aspecten van landbouw waarvan de schadelijkheid al meer begint door te dringen tot het maatschappelijk bewustzijn, zoals ontbossing en industriële veeteelt. Die zaken zijn een belangrijk onderdeel van de reden waarom onze landbouw zo’n zware tol eist van onze biosfeer. Maar er zijn er meer.


Graanoogst. Foto Scott Goodwill



De genoemde spectaculaire toename van de landbouwopbrengsten steunt vooral op twee ‘wapens’: pesticiden en kunstmest.

Pesticiden zijn een vorm van chemische oorlogvoering in zijn meest duidelijke vorm. Het is simpelweg vergif, meestal in de vorm van neonicotinoiden of glyphosaat, dat we overal op, onder, en naast onze gigantisch uitgestrekte industriële akkers verspreiden om alle vormen van leven die onze gewassen kunnen beschadigen uit te roeien.

En deze vorm van chemische oorlogvoering, die nu al vele decennia woedt, schijnt succes te hebben: we slagen er in onze gewassen te vrijwaren van de aanvallen van de voornaamste ‘tegenstanders’.

Je zou kunnen stellen dat deze oorlog té succesvol is: het leven op, onder en rondom onze akkers verdwijnt in razendsnel tempo.

De niets ontziende grondigheid waarmee we de aarde besproeien met velerlei soorten gif is niet echt het equivalent van een 'surgical strike' maar eerder te vergelijken met de grondigheid van ‘carpet-bombing’. Deze jaar na jaar herhaalde massale chemische aanval heeft tot gevolg dat het leven ons en onze planeet aan het verlaten is.

De insecten, de eerste wezens die het land gekoloniseerd hebben, zijn met uitroeiing bedreigd. Op vele plaatsen is een afname van insecten met tachtig tot meer dan negentig procent waargenomen.





We kunnen hier niet gealarmeerd genoeg over zijn. Als de insecten verdwijnen, verdwijnt het weefsel van leven op deze planeet. Anders gesteld: de planeet sterft, en wij sterven.

Insecten vormen de basis van de voedselketen, en met hen zijn al vele andere soorten bedreigt. In Europa en Noord-Amerika werd vastgesteld dat een derde tot de helft van de vogels op het platteland verdwenen is.







Volgens een rapport van Swiss Re, de grootste herverzekeraar van de planeet, staat één op vijf landen van de wereld aan de vooravond van een totale ineenstorting van het ecosysteem ten gevolge van dit verlies van biodiversiteit.




Een evenzeer verbijsterende vaststelling van de snelheid en grondigheid waarmee we het weefsel van leven op en rond onze akkers aan het vernietigen zijn. Vogels, kleine zoogdieren, amfibieën, wormen, het gehele microbioom van de vruchtbare grond,...het wordt allemaal gaandeweg vernietigd in onze niet aflatende chemische oorlogvoering. En als dit allemaal weg zal zijn zullen we ontdekken dat we ook geen vruchtbare grond over zullen hebben, aangezien het bestaan van vruchtbare aarde afhangt van heel dit weefsel van leven.





Koningspage, provincie Somogy, Hongarije, juli 2021.



Insecten vormen niet enkel de basis van de voedselketen, ze vormen samen met andere ‘bescheiden’ en vaak onopgemerkte wezens zoals mycelium en bacteriën op eindeloos veel manieren een essentieel onderdeel van het weefsel van leven op onze planeet, een levenskracht die op alle niveau’s het leven in onze biosfeer in stand houdt, een beetje zoals onze bloedsomloop alle delen van ons lichaam met elkaar verbindt en voorziet van energie en voeding. Eén aspect van die belangrijke plaats in het geheel van leven op onze planeet is natuurlijk de rol van insecten als bestuivers van talloze plantensoorten, waaronder vele soorten waarvan wij afhankelijk zijn voor onze voedselvoorziening. Maar hun rol beperkt zich niet daartoe. Zoals gezegd vormen ze mede niets minder dan de bloedsomloop van onze biosfeer. Die bloedsomloop is aan het stilvallen en die bloedarmoede bedreigt al een groot deel van de levensvormen rondom ons.

De VN hebben de akkers van onder meer Nederland als ‘woestijnen’ geclassificeerd vanwege de ontstellende teloorgang van biodiversiteit. Een fenomeen dat zich overal voordoet waar aan industriële landbouw gedaan wordt.





Onze chemische oorlog heeft dus succes: we vernietigen ‘de tegenstander ‘overal waar we die toepassen. Maar het is een oorlog die onwinbaar is en zoals Rusland in Oekraïne ook zichzelf aan het vernietigen is, zijn ook wij onszelf aan het vernietigen, evenzeer als onze ‘tegenstander’, die net als wijzelf deel uitmaakt van één en hetzelfde wezen, onze biosfeer.


Geploegde velden, provincie Somogy, Hongarije, april 2022



Een andere manier waarop deze oorlog wordt gevoerd, is het ploegen. Ploegen, kun je denken, is er iets natuurlijkers voor een boer dan ploegen?

Nee dus. Ook de ploeg is voor de aarde wat een bombardement is voor een stad: het is vernietiging en verminking op grote schaal. In de natuur zul je nergens blootliggende aarde zien: aarde is steeds bedekt met grassen, mossen, en andere vormen van leven. Het omploegen van aarde op de schaal waarin wij dat nu doen, is een jaarlijkse aanslag op de huid van de planeet, alsof we die jaarlijks levend villen. Bovendien veroorzaakt dit massaal gebruik van de ploeg op industriële schaal een gigantische uitstoot van CO2. De aarde is in staat tot het capteren van enorme hoeveelheden koolstof en deze ondergronds op te slaan. Maar als we ploegen, gebeurt het tegenovergestelde: we halen de opgeslagen koolstof naar boven en laten die ontsnappen in de atmosfeer. Het jaarlijkse ploegen op industriële schaal veroorzaakt telkens een gigantische toename van CO2 emissies.





Landbouwmethodes als ploegen en ontbossing hebben al lang voor de industriële revolutie gezorgd voor destabilisering van klimaat op lokale schaal. Een twintigtal grote beschavingen zijn teloorgegaan door foute landbouwmethodes, en grote gebieden werden woestijn in onder andere China, het Midden-Oosten, en Noord Afrika.




Met de komst van de grootschalige industriële landbouw in de tweede helft van de 20ste eeuw werd de impact van landbouw op de planeet natuurlijk exponentieel groter, en de komst van pesticiden en kunstmest luidden een nieuw hoofdstuk in in de relatie van mens tot planeet.

Zoals gezegd leek dit aanvankelijk een succesverhaal, maar het is een schijnsucces.

Op de problematiek van kunstmest zal ik nu niet verder ingaan maar het patroon is gelijkaardig: net zoals bij pesticiden hebben we er steeds meer van nodig om een steeds dalende opbrengst te bekomen, en in dat opzicht lijkt het op de ‘fix’ van de drugverslaafde.

We putten onze landbouwgrond uit met een jaarlijkse artificiële boost die tal van destructieve bijwerkingen heeft en het vermogen van de aarde om een duurzaam evenwicht van nutriënten te handhaven ondermijnt.

Onze landbouwmethodes werken naast een ontstellend verlies van biodiversiteit ook erosie en verlies van vruchtbare grond in de hand, en het ziet ernaar uit dat we als we op deze manier verder aan landbouw doen, de resterende vruchtbare toplaag in de meeste regio’s van de planeet binnen een zestigtal jaar opgebruikt zullen hebben.






Dit dramatische finale aantal van zestig oogsten wordt door anderen nog betwist, maar de wetenschap is het erover eens dat erosie en degradatie van vruchtbare grond, die op zich een ecosysteem is van een onvoorstelbare complexiteit, een gigantisch en voor de mens levensbedreigend probleem is.

Industriële monocultuur is dus echt niets meer of minder dan grootschalige totale oorlogvoering, waarin alles toegelaten is om onze inmiddels bijna steriele akkers te verdedigen tegen ‘de vijand’. Het probleem is dat als onze vijand sterft, wij ook zullen verdwijnen.


De vrij algemeen verspreide overtuiging is dat deze oorlog noodzakelijk is voor het voeden van de steeds aangroeiende wereldbevolking, en dat er geen alternatief is.

Niets is minder waar.

Uit heel wat onderzoek is gebleken dat kleinschalige, biologische, lokaal verankerde landbouw béter in staat is de wereld te voeden dan industriële monocultuur.

Een panel van honderden experts kwam in opdracht van de VN enkele jaren geleden ook al tot die conclusie. Je kan een artikel over dit rapport lezen op deze pagina van de website van de VN:







Bovendien zou regerenatieve landbouw in staat zijn om een groot deel van antropogene emissies van koolstof te capteren en op te slaan, en dit sneller dan de aanplant van nieuwe bossen zou kunnen.







Over deze en andere aspecten van onze landbouw wil ik het in de toekomst verder hebben in deze blog. Landbouw is een van de centrale problematieken in de relatie van mens tot biosfeer, en we kunnen en moeten die landbouw transformeren van een vorm van oorlogvoering naar een van samenwerking, coherentie, symbiose en harmonie. En er zíj́n manieren om dit te doen, zelfs vrij snel en met meer kans op succes dan het koolstofvrij maken van de economie.

Onze oorlog tegen de planeet kent nog meerdere fronten: de industriële zeevisserij met trawlernetten, de mijnbouw, het internationale transport ter land, zee en lucht, en natuurlijk de energievoorziening door fossiele brandstoffen en kernenergie, enzovoort enzovoort.

Ik zal nu niet ingaan op al deze fronten, maar in al deze domeinen wordt hetzelfde patroon zichtbaar.


Als we spreken van een oorlog tegen de planeet, veronderstelt dat ook een doel en een voordeel dat we hopen te behalen uit die strijd.

Zoals bij de meeste oorlogen, denk ik dat we kunnen stellen dat het doel van deze oorlog vooral het vermeende materieel voordeel is: zoals koninkrijken en natiestaten andere landen aanvielen om ze in te lijven bij hun gebied en om zich de natuurlijke rijkdommen en arbeidskrachten van de veroverde gebieden toe te kunnen eigenen, zo kun je zeggen dat onze oorlog tegen de planeet erop gericht is om zoveel mogelijk waarde te onttrekken aan de biosfeer en deze waarde om te zetten in goederen en geld.

De term oorlog is toepasselijk omdat de extractie niet gebeurd in respect voor de aard van de ecosystemen in kwestie, afstemming met alle onderling afhankelijke processen en biologische cycli, en eerbied voor de inherente waarde van het leven, maar afgedwongen wordt door middel van dominantie, met 'geweld' en zonder oog voor de resulterende vernieling.

Jason Hickel geeft in het magistrale werk 'Less Is More - How Degrowth Will Save The World' een grondig beargumenteerd en gedocumenteerd beeld van de mechanismen van dat proces en hoe dat proces onze planeet aan het uitputten is .

Als economisch antropoloog schetst Hickel een weids panorama van de geschiedenis en de oorzaken van deze extractie-oorlog (en hoe die oorlog in tegenstelling tot wat we vaak geloven niet leidt tot een groeiende welvaart en algemeen welzijn). Een andere keer wil ik wat dieper ingaan op dit boek, maar voor nu wil ik het al zeer aanbevelen voor iedereen die geïnteresseerd is in het bredere plaatje van wat onze vorm van economie doet met onze planeet.


Maar naast het aspect van materieel gewin en extractie lijkt het mij dat er ook een ander aspect is aan onze strijd, en dat aspect gaat mogelijk terug op een nog diepere laag. Materieel gewin lijkt me niet genoeg als verklaring voor de wreedaardigheid waarmee het proces van dominantie en extractie vaak gepaard gaan, net zoals het onvoldoende lijkt als motivatie voor de wreedheid waarmee oorlog steeds gepaard lijkt te gaan. En zoals we nu weer zien in Oekraïne, is niemand veilig tijdens een oorlog. Oorlogvoering gaat altijd gepaard met vaak extreem geweld tegenover de burgerbevolking. Soms is dat ‘collateral damage’ zoals dat eufimistisch heet, en soms is het doelgericht geweld met de bedoeling zoveel mogelijk doden te maken vanuit een vreemd soort moordzucht die maar moeilijk te vatten is. Op één of andere manier lijkt die 'extra' wreedheid, die onnodig lijkt louter om doelen van controle en extractie te bekomen, verband te houden met een aspect van onszelf waar we nog niet zo vaak aan toe komen. Het lijkt me wenselijk om dat aspect verder te onderzoeken, als we werkelijk willen begrijpen waar we mee bezig zijn.

Het lijkt me namelijk evenzeer het geval in de oorlog die we voeren tegen de planeet. ‘Collateral damage’ kan in die oorlog bestaan uit de bijvangst van trawlnetten, maar evengoed gaan we soms op niets ontziende wijze het leven te lijf vanuit iets dat alleen maar een blinde moordzucht kan genoemd worden, en waarbij zoals in Bucha een volstrekt zinloze slachting plaatsvindt die onbegrijpelijk en weerzinwekkend is. De jaarlijkse slachting van dolfijnen bij de Faeröer eilanden is zo’n moment waarbij men zich kan afvragen wat onze soort toch bezielt.



Slachting van meer dan 1400 Dolfijnen, Faeröer, september 2021 .



Maar een jaarlijks terugkerende massale jacht als die bij Faeröer kent vele equivalenten in alle delen van de wereld. Een steeds terugkerend gegeven daarbij is de totale ontkenning van intrinsieke waarde van het leven in kwestie, het ontbreken van een doorvoeld besef van onze band met de dieren (en planten) die net als wij deel uitmaken van ons 'gedeelde lichaam', onze biosfeer, en een vreemd soort aversie die de mens bij momenten lijkt te koesteren tegenover zijn eigen biotoop (en bij extensie tegenover zichzelf).

Amerikaans filosoof en auteur Norman O' Brown stelde al in de jaren vijftig in zijn monumentale werk 'Life Against Death' dat de mens onbewust op zijn eigen vernietiging aanstuurt, en ik denk dat velen van ons deze stelling al niet meer overdreven zouden vinden. En zoals die kennelijke doodswens zich ook uit doorheen de nu weer reële kans op een nucleaire oorlog, kunnen we die ook onderkennen in het onnodige geweld tegen de àndere wezens waarmee we onze biosfeer delen, en tegen die biosfeer als geheel. Het beschouwen van die biosfeer als iets dat los van ons staat, waar wij boven staan en fundamenteel van afgescheiden zijn, is op zich als overtuiging deel van het probleem. Indien we de biosfeer als één ondeelbaar geheel beschouwen waar ook wij onverbrekelijk mee verbonden zijn, wordt het duidelijk dat we eigenlijk in een oorlog met onszelf verwikkeld zijn.



Een stapel bisonschedels, rond 1875. Foto Wikipedia



Een oorlog wordt altijd gevoerd vanuit een verhaal, een mythologie. Dit verhaal dient steeds als de rechtvaardiging van het geweld, en helpt ook om de tegenstander te ontdoen van menselijkheid en recht op leven.

In het geval van de oorlog tegen de planeet, helpt dat verhaal om het levende weefsel van de planeet te ontdoen van intrinsieke waarde: het is gewoon een in essentie dode verzameling grondstoffen, die we naar hartelust mogen gebruiken en misbruiken. Dolfijnen evengoed als kippen, runderen, regenwouden of rivieren, het zijn gewoon zovele vormen van ‘resources’, dingen die enkel waarde hebben in het licht van hun bruikbaarheid voor ons, en waar we mee kunnen doen wat we willen.


Het verhaal dat ons alle mogelijke redenen, rechtvaardiging en morele ‘superioriteit’ voorziet om deze oorlog te voeren, is het verhaal van ons paradigma, onze kosmologie, onze overtuigingen over de wereld en de plaats van de mens daarin.

Ik stel steeds opnieuw vast dat ik in mijn research over de toestand van de planeet me meer en meer verdiep in het wezen en de geschiedenis van dit verhaal, omdat ik nu geloof dat we geen kans maken om onze oorlog tegen de biosfeer een halt toe te roepen als we ons verhaal niet gaan zien voor wat het is: een mythe, een fantasie, een waanbeeld. Een mythe die zoals alle mythen ooit een tijdlang een rol had te spelen in onze ontwikkeling, maar dat we nu van een einde moeten voorzien in de aanloop naar een nieuw verhaal.

We moeten dat nieuw verhaal met z’n allen beginnen schrijven, en de eerste zinnen van dat verhaal worden ook al geschreven, in alle delen van de wereld, en in alle domeinen van menselijke creativiteit en kennis: wetenschap, kunst, religie, spiritualiteit en mystiek, grassroots activisme, politiek, enzovoorts.


Er is een alternatief mogelijk voor deze oorlog tegen de planeet. In alle domeinen van menselijke activiteit wordt een andere relatie van mens tot planeet ontwikkeld.

Of het nu gaat over landbouw, visserij, energie, consumptiepatronen, mobiliteit enzoverder, maar ook inzake economie, internationale handel en ontwikkeling, sociale voorzieningen, arbeid, enzoverder...overal ontstaan er visies die ons de mogelijkheid van een radicaal andere wereld voorspiegelen.

De relatie van de mens tot de biosfeer zal in dat verhaal niet meer bepaald worden door begrippen als controle, dominantie en ongebreidelde extractie, maar door steeds toenemende coöperatie mét en versterking van ecosystemen op alle mogelijke schalen, vanuit een zich verdiepend besef van de éénheid van alle leven op onze wereld.

Dat zal een grondige omwenteling in ons verhaal nodig maken, want vanuit het oude verhaal is zo’n verandering bijna ondenkbaar.


Daarover meer op deze blog in de nabije toekomst.


In afwachting, zou ik enkele vragen ter contemplatie willen suggereren.

Ik zou je willen uitnodigen om af en toe eens de tijd te nemen om te onderzoeken wat je gelooft over de wereld en over jezelf. Daartoe zal ik aan het einde van blogposts geregeld vragen stellen die een leidraad kunnen vormen bij dit onderzoek.

Bedoeling is dit te doen zonder oordeel. Het gaat gewoon om een verkenning van overtuigingen die je op dit moment koestert.


Voorzie daarvoor wat tijd waarin je niet gestoord kan worden.

Neem je tijd om tot rust te komen. Indien je bepaalde vormen van meditatie of yoga beoefent, kun je die gebruiken om in een toestand van vrije aandacht te komen.


Je kan als eerste volgende vragen gebruiken als leidraad bij de verkenning van je overtuigingen. Bij sommige vragen kan het verband met de inhoud van de blogpost niet evident lijken, maar die verbanden kunnen gaandeweg duidelijk worden.



- Geloof je dat de Aarde een in essentie dode klomp materie is? Als dat niet zo is, wat is dan wel het aard van onze planeet?


- Wat geloof je over het fenomeen 'leven'? Is het een toevallig bijverschijnsel van fysische processen in een dood heelal? Wat geloof je over evolutie?


- Wat geloof je over de relatie van de mens tot de biosfeer waarin die leeft? Is er een hiërarchie in deze relatie?


- Geloof je dat alles wat er gaande is in de wereld kan herleid worden tot wetten van oorzaak en gevolg, van causaliteit, en van 'natuurwetten'?


- Wat geloof je over het fenomeen dat we 'bewustzijn' noemen?


Noteer kort je spontane antwoorden op deze vragen. Het maakt niet uit wat deze antwoorden zijn, het gaat erom om op een spontane manier je reacties waar te nemen en de overtuigingen die vanzelf als sterkste naar boven komen te identificeren, wat deze ook zijn. Een of meer van de vragen kan op zich al een sterke reactie oproepen.

Hou je antwoorden bij als je aan deze oefening wil meedoen, want in mijn komende teksten over paradigma en kosmologie van onze samenleving zal ik vragen om die antwoorden er weer bij te nemen.


Hou in gedachten bij deze oefening dat het allemaal om ideeën gaat. We bekijken heel onze werkelijkheid altijd doorheen een bril van ideeën en concepten.

Nu gaan we de bril zélf eens van naderbij bekijken.

En die bril bekijken is ook wat ik wil doen als ik het over paradigma zal hebben.


Binnenkort, alvorens ik het verder heb over onze paradigmata, volgt eerst nog een tekst over ons woordgebruik inzake 'ecologie', en hoe we bepaalde woorden beter niet meer gebruiken.


Tot dan wens ik jullie het allerbeste, het ga jullie goed.

Laten we de slachtoffers van oorlogen wereldwijd in onze gedachten houden, niet enkel wanneer we de beelden uit Oekraïne zien, maar voort-durend en zonder ons hart af te schermen.


Filip



Comments


bottom of page